31 januari 2020 | Actueel | 3 minuten lezen

Hoe toekomstplannen vorm kregen aan de keukentafel

Als ik aan mijn jeugd denk, denk ik vaak aan de tafel in de keuken. Hier aten we met z’n allen. Mijn vader werkte offshore, dus hij was één week weg en één week thuis. Wat keken wij altijd uit naar zijn thuiskomst na een week weg te zijn geweest. Mijn moeder was vaker thuis. Uiteindelijk is zíj mijn inspiratiebron geworden.

Toen wij iets ouder werden, besloot ze namelijk medisch secretaresse te worden in het MCA (nu de Noordwest Ziekenhuisgroep). Eigenlijk wilde ze altijd verpleegkundige worden, maar in de jaren ’70 was dat in haar gezin niet mogelijk. Toch heeft ze de overstap naar de zorg op latere leeftijd alsnog gemaakt.

Haar droom werd gerealiseerd: in de zorg werken. Iedere dag kwam ze thuis met spannende verhalen over pussende wonden, heftige operaties en cadeautjes die ze kreeg van patiënten. Eigenlijk waren haar verhalen altijd positief. En altijd kwam er veel van haarzelf in terug: er echt zijn voor mensen. Van betekenis zijn. Mijn vader zei wel eens dat hij vond dat ze te weinig verdiende en te weinig waardering kreeg. Maar daar ging het haar helemaal niet om. Ze volgde haar roeping.

Stefan Ottenbros

Toen ik 16 was, besloot ik dat ik héél graag al die mooie verhalen van haar in het echt wilde meemaken. Werk dat zoveel voldoening gaf, leek mij ook wel wat. Arts worden, dat was wat ik wilde! Ik mocht een dag meelopen met een traumachirurg. Dat begon ’s ochtends vroeg met de overdracht. Er was een plek vrij aan de grote vergadertafel. Tegen de muur zaten wat mensen op krukjes, waar ik ook kon meeluisteren. Wat een fantastische dag had ik. De chirurgen waren met magie bezig, vond ik. Een beroep waarmee je zoveel van betekenis kan zijn, dat leek mij fantastisch. Ik zag mijn toekomst al helemaal voor me. Over twee jaar geneeskunde studeren in Amsterdam…

Maar in de jaren erna hoorde ik van mijn moeder dat er ook dingen gebeurden waar ze minder blij mee was. Niet voor zichzelf, maar voor de patiënt. Wachttijden liepen op, er was minder zorgpersoneel, patiënten werden een nummer. Ze moesten meer doen, met minder mensen. En dat is een vicieuze cirkel, want zo voelt de patiënt zich uiteindelijk minder gehoord en vertoont hij of zij gedrag dat ook het plezier van de zorgverlener niet ten goede komt. Ik hoorde steeds meer worstelingen. Toen ik 18 was, besloot ik: als ik onderdeel ga zijn van dit systeem, kan ik er nooit écht invloed op hebben. Ik moet er van een andere kant mee bezig zijn. Het idee van TalentCare was geboren.

Een paar jaar later wilde ik studenten farmacie helpen meer in hun kracht staan. Daar was precies hetzelfde als bij de artsen aan de hand, maar dan met een andere nuance. Vragen als: hoe kan ik als toekomstig apotheker écht goed samenwerken met zorgverleners en de patiënt? Dit begon met een bedrijf waar ik coaching en begeleiding aanbood. Daarna kwamen hier geneeskundestudenten bij. En vandaag de dag mogen we onze missie voortzetten met een grote groep zorgverleners. De keukentafel is daarmee nog steeds bepalend voor wat we doen: zorgverleners in hun kracht zetten, samen met hen het systeem veranderen zodat er échte tijd is voor de patiënt.

Deze pagina delen