Niki Achterkamp Interview Radio 1

Niki Achterkamp (Manager Artsen bij TalentCare) sprak bij Radio 1 over de effecten van hoge werkdruk op jonge dokters en samen werken aan een gezonder werkklimaat.


Meer dan de helft van de jonge dokters denkt door de hoge werkdruk in het ziekenhuis aan stoppen. Dat blijkt uit recent onderzoek van De Jonge Dokter. Een belangrijk signaal dat aangeeft dat er veranderingen nodig zijn, zowel in de werkcultuur als in het hele zorgsysteem. Onze collega Niki Achterkamp schoof naar aanleiding van het rapport aan bij Radio 1 ‘Nieuwsweekend’. Ze sprak over de alarmerende cijfers uit het onderzoek, haar eigen ervaringen als ANIOS en oplossingen om massale uitval onder de jongste generatie jonge dokters te voorkomen.

Niki Achterkamp

“Samen kunnen we het zorgsysteem veranderen! Iedereen moet bereid zijn daarvoor een stap te zetten.”


Niki ervaarde als ANIOS in het ziekenhuis, met diensten op de Spoedeisende Hulp (SEH), persoonlijk de negatieve effecten van te hoge werkdruk. Ze kreeg een burn-out en moest een stap terugdoen. Na een periode van herstel, keerde ze terug maar al snel merkte ze dat ze niet genoeg energie haalde uit haar werk. Vanwege haar grote passie voor de zorg besloot ze niet meer ‘in’ maar ‘aan’ de zorg te gaan werken? Ze begeleidt nu jonge dokters die bij TalentCare hun eerste stappen zetten richting een specialisatie.

Naar aanleiding van het rapport ‘Hoe zit jij in je vel’ werd Niki uitgenodigd bij Radio 1 ‘Nieuwsweekend’. Eind december sprak zij in hetzelfde programma al openhartig over haar persoonlijke ervaringen als ANIOS en haar burn-out.

Luister het interview terug

Bekijk het rapport ‘Hoe zit jij in je vel’

Zorgheld Anne: “Ik ben blij dat ik nu een extra steentje bij kan dragen”

De artsen en verpleegkundigen van TalentCare zetten zich elke dag weer in voor de beste zorg. Hoe gaan onze #zorghelden om met de coronacrisis? Waar laden ze van op na een lange dag? En wat maakt ze juist trots in deze tijd? ANIOS Bedrijfsgeneeskunde Anne Roorda (30) valt in bij de GGZ centraal crisisdienst en vertelt.

Hoe is het nu met je?

“Goed. Net voor de coronacrisis startte ik als ANIOS bedrijfsgeneeskunde bij een arbodienst. Na vier werkdagen ging de ‘intelligente lockdown’ in. Ik kreeg andere werkzaamheden en beantwoordde vooral corona-gerelateerde telefoontjes van bedrijven. Tegelijkertijd kreeg ik berichten van geneeskundevrienden en ex-collega’s in het ziekenhuis; zij waren keihard aan het buffelen. En ik zat thuis achter mijn bureau. Kon ik niet iets meer betekenen?

Ik deelde die gedachte met TalentCare. Kort daarna viel een arts uit bij de centrale crisisdienst van de GGZ. Ik mocht die plek voor vier dagen per week invullen. Daarnaast werk ik nog één dag bij de arbodienst. Ik ben blij dat ik nu een extra steentje kan bijdragen.”

Hoe is de situatie bij de crisisdienst?

“Bij de crisisdienst is het niet drukker dan normaal. Misschien zien we na de coronacrisis wel een stijging in patiënten. Door de sociale isolatie hebben familieleden of omwonenden minder zicht op hoe het écht met iemand gaat. Mogelijk schakelen ze ons daarom minder snel in. Dat baart me zorgen. Hoe langer mensen wachten met hulp zoeken, hoe lastiger het voor ons is ze te behandelen. Gelukkig mogen we nog op huisbezoek. Daar bezoek ik bijvoorbeeld manisch psychotische patiënten of mensen met zelfmoordneigingen.”

“Voor patiënten met mentale klachten is deze tijd nog zwaarder”

Wat doet deze situatie met jou als zorgverlener?

“Ik heb gestudeerd om mensen te helpen. En voor patiënten met mentale klachten is deze onzekere tijd nog zwaarder. Ik vind het belangrijk dat ze ook tijdens de coronacrisis hulp krijgen. Daarom wilde ik meer doen dan telefoontjes beantwoorden. Als arts bij de crisisdienst voer je bijzondere gesprekken: soms zegt een patiënt zonder emotie dat hij morgen voor een trein wil springen. Daar moet ik dan kalm op reageren. Dat is best pittig. Deze mensen zitten echt in de knoop.”

Hoe laad je op na een lange dag?

“Ik ben net verhuisd naar een klein dorpje buiten de stad. Van een appartementje naar een ‘echt’ huis met een tuin. Rustig klussen in huis, waardoor de woning steeds meer eigen wordt: dat maakt me blij. Ook sport ik veel om op te laden. Verder maak ik mijn hoofd leeg door veel te lezen of series op Netflix te kijken.”


Wat maakt je trots?

“Iedere arts, verpleger of andere zorgverlener haalt momenteel het onderste uit de kan. Deze tijd laat nóg meer zien hoe belangrijk de zorg is. Ik vind het heel mooi om te zien hoe iedereen zijn steentje bijdraagt. Het saamhorigheidsgevoel maakt me trots.”

Zorgheld Anne: “Ik plan bewust coronavrije tijd in”

Ze zijn onmisbaar, iedere dag weer. En in deze roerige periode nóg meer. Wat zijn we trots op alle #zorghelden in Nederland. Ook de artsen en verpleegkundigen van TalentCare zetten zich keihard in om goede zorg te blijven leveren. Hoe pakken zij dat aan? Wat doet de coronacrisis met hen? En hoe houden ze het hoofd koel? ANIOS Ouderengeneeskunde Anne Mak (27) vertelt hoe het haar vergaat.

Hoe is het nu met je?

“Goed. Mijn vriend en ik zijn allebei arts, dus we vinden veel steun bij elkaar. Mensen geven ons zelfs cadeaus. Een tasje met paaseitjes aan de deur bijvoorbeeld, of een lief kaartje van de buurvrouw die hulp aanbiedt. Het brengt ons in verlegenheid. We zijn dankbaar voor deze aandacht, maar voor ons is het harde werken normaal. Ik ben blij dat ik in deze heftige tijden iets kan bijdragen.”

Hoe is de situatie op je werk?

“Het is druk, intensief en soms verdrietig. Ik werk voor een grote organisatie. Ook hier zijn patiënten ziek geworden en mensen overleden. Maar het crisisteam doet het geweldig. Binnen drie weken bouwden we een volledige corona-unit voor de psychogeriatrische afdeling. Hier wonen ouderen met dementie. Het is heel moeilijk om hen uit te leggen dat ze vierentwintig uur per dag op hun kamer moeten blijven bij een verdenking van corona.

Ik heb geholpen de cohortafdeling op te zetten. Met een divers team van managers, kwaliteitsverpleegkundigen en technici praatten we over allerlei praktische en medische vraagstukken. Hoe maken we de afdeling brandveilig? Waar bewaren we medicatie? En hoe verdelen we de diensten? Als beginnend arts vond ik het superleuk en leerzaam om daaraan bij te dragen. Dankzij een goede samenwerking is het in korte tijd gelukt. Dat maakt me trots.”

“De coronacrisis zorgt ervoor dat ik extra gedreven ben”

Wat doet deze crisis met jou als zorgverlener?

“Het voelt dubbel. Aan het begin overleed een van mijn patiënten aan corona. Zijn vrouw was ook positief getest en kon niet naar zijn begrafenis. Dat greep me enorm aan. Het is zo onmenselijk. Als arts wil ik mijn patiënten het liefst zo persoonlijk mogelijk benaderen. Een praatje met de patiënt of een extra belletje met een familielid kan net dat verschil maken. Met dat soort dingen probeer ik het leed dan toch een beetje te verzachten. De coronacrisis zorgt ervoor dat ik extra gedreven ben. Werken tijdens deze crisis geeft me nog meer het gevoel dat ik iets bijdraag.”

Hoe laad je op na een lange dag?

“De eerste weken zat ik in een coronabubbel, het ging alleen nog daarover. Nu plan ik bewust coronavrije tijd in. Vorige week ging ik ‘thuis uit eten’ met mijn vriend. En met sporten en wandelen maak ik mijn hoofd leeg. Ook focus ik me op alle hartverwarmende initiatieven. Kinderen die armbandjes verkopen en met de opbrengst tulpen kopen voor verpleegkundigen, bijvoorbeeld. Of flatbewoners die samen zingen. Die saamhorigheid maakt me blij.”

Zorgheld Marc: “Het is een marathon”

Ze zijn onmisbaar, iedere dag weer. En in deze roerige periode nóg meer. Wat zijn we trots op alle #zorghelden in Nederland. Ook de artsen en verpleegkundigen van TalentCare zetten zich keihard in om goede zorg te blijven leveren. Hoe gaat het met ze? Marc Bilardie (31) is arts-assistent ouderengeneeskunde in een verpleeghuis in Beverwijk. Hij vertelt wat de coronacrisis met hem doet. En hoe hij ondanks alles toch goed voor zichzelf zorgt.

Hoe is het met je?

“Ik vind het een enorm spannende periode. Het is een uitdaging om ondanks de drukte en afstand toch goede, persoonlijke zorg te verlenen. Ik kan bijvoorbeeld minder makkelijk mijn visites doen. En contact onderhouden met familieleden van de patiënt is lastiger nu ze niet meer op bezoek mogen komen. We hebben wel meer telefonisch contact. Dat wordt erg gewaardeerd.”

Hoe is de situatie op je werk?

“Het is druk, iedereen werkt keihard. Alle aandacht gaat uit naar het coronavirus, maar andere dingen gaan ook gewoon door. Patiënten met een gebroken been hebben ook zorg nodig. Hier zijn ook al patiënten die het coronavirus hebben. We hebben een speciale cohortafdeling waar zieke patiënten worden verzorgd. Vandaag heb ik spoeddienst, dus ik kan worden opgeroepen om daar te helpen.”

“De collegialiteit binnen de beroepsgroep is groot”

Welk moment uit de afgelopen weken is je het meest bijgebleven?

“Ik moet regelmatig moeilijke gesprekken voeren met patiënten en hun naasten. Wat willen ze dat er gebeurt als de patiënt heel ziek wordt? Welke wensen zijn er? Hoe moeilijk ook, veel mensen waarderen het juist dat we dit vragen. We krijgen ook veel complimenten voor ons harde werken. Dat is echt een opkikker, je hebt soms zelf niet meer door hoe hard je eigenlijk werkt.”

Hoe zorg je in deze drukke tijd goed voor jezelf?

“Ik zorg altijd al goed voor mezelf, anders kan ik niet voor anderen zorgen. Ik loop graag hard. Dat probeer ik ook nu zeker drie keer per week te doen, al is het maar een half uurtje. Verder heb ik een gezin, dat gaat ook gewoon door. Maar grotere klussen in huis laat ik nu bewust liggen. Rust nemen is belangrijker. Ik ben ook lid van een appgroepje met collega’s van TalentCare. Er is altijd wel iemand die even vraagt hoe het gaat. En of ik nog heb hardgelopen. De solidariteit en collegialiteit binnen de beroepsgroep is groot. Heel fijn om te merken.”

Welke tip heb je voor je collega’s in de zorg?

“Luister goed naar je lichaam. Ben je gestrest of moe, neem dan rust. Dit is een marathon. Het helpt als je open bent naar je omgeving. Vertel eerlijk hoe het met je gaat. Mensen noemen ons helden en dat is heel mooi. Maar je mag ook kwetsbaar zijn. Twijfels en zwakheden horen ook bij dit werk. Het helpt als je die herkent en bespreekt met collega’s. Zodat je elkaar kunt helpen als je toch in de knel komt.”

Zorgheld Simon: “Ik geef mijn collega’s betrouwbare informatie over corona”

Ze zijn onmisbaar, iedere dag weer. En in deze roerige periode nóg meer. Wat zijn we trots op alle #zorghelden in Nederland. Ook de artsen en verpleegkundigen van TalentCare zetten zich keihard in om goede zorg te blijven leveren. Simon Körver (28) werkt als ANIOS Ouderengeneeskunde in een verpleeghuis in Amersfoort. Hij vertelt hoe het met hem gaat, hoe hij collega’s probeert te ondersteunen én voor zichzelf zorgt.

Hoe is het met je?

“Nu gaat het goed. Maar toen de overheid met de eerste maatregelen kwam, liep ik wel tegen mezelf aan. Ik zoek altijd naar zekerheid, die viel nu weg. Dat beangstigde me. De eerste weken volgde ik het nieuws op de voet. Ik hield liveblogs bij en zat elke avond achter mijn laptop, op zoek naar nog meer informatie over corona. Tijdens de online intervisie die TalentCare vorige week hield, heb ik mijn onzekerheid gedeeld. Het advies van collega’s: probeer dat gevoel te accepteren en te omarmen. Je kunt nu eenmaal niet zoveel veranderen aan de huidige situatie.”

Hoe is de situatie op je werk?

“Het voelt als stilte voor de storm. Tot nu toe lijken we de dans redelijk te ontspringen. Op mijn afdeling is nog niemand positief getest. Al een week voor de eerste maatregelen hadden we de bezoeken stopgezet. Ik werk nu veel thuis, dat had ik voor de coronacrisis nog nooit gedaan. Gesprekken met patiënten en andere zorgverleners voer ik nu vooral telefonisch. Daarnaast kan ik opgeroepen worden voor spoeddiensten.”

Hoe ondersteun je collega’s in deze tijd?

“Ik vind het leuk om belangrijke informatie uit wetenschappelijke artikelen te destilleren. Dat kan ik ook goed. Naast mijn werk als ANIOS ben ik een promotietraject (PhD) aan het AMC aan het afronden en geef ik af en toe lezingen. Nu probeer ik mijn collega’s in het verpleeghuis en bij TalentCare te voorzien van evidence-based informatie. Zo vroeg het coronateam zich laatst af of het vernevelen van inhalatiemedicatie momenteel verstandig is. Ik bekijk dan wat betrouwbare bronnen daarover zeggen, zoals de WHO, het Nederlands Huisartsen Genootschap en vooraanstaande vakbladen. En vertel mijn collega’s vervolgens dat verneveling wordt afgeraden.

“Als ik te veel bezig ben met het nieuws, zoek ik afleiding”

Ik ben ook in gesprek met een hoogleraar Ouderengeneeskunde aan de VU om te kijken of ik kan helpen met statistische ondersteuning en data-analyse. Wie weet kan ik een dagdeel bijdragen aan landelijk onderzoek naar corona.”

Hoe zorg je in deze drukke tijd goed voor jezelf?

“Ik haal energie uit sporten. Ik doe aan wielrennen, dat kan gelukkig in je eentje. Verder zoek ik afleiding als ik te veel bezig ben met het nieuws. Ik kijk een serie, lees een boek of poker online met vrienden. Verder bedenkt mijn vriendin leuke activiteiten. Zo hebben we laatst meegedaan met een online pubquiz en via Skype Yahtzee gespeeld met familie. Sociaal contact vind ik belangrijk.”

Waar ben jij meest trots op in deze tijd?

“Ik ben vooral trots op alle zorgverleners in de frontlinie. Ik heb nog niemand horen klagen. En ik vind het knap hoe snel de cliënten zich hebben aangepast. Ook al kan hun familie niet langskomen, ze blijven positief. Dat is mooi om te zien.”

Zorgheld Lieke: “De eerste dienst op de corona-unit viel me zwaar”

Ze zijn onmisbaar, iedere dag weer. En in deze roerige periode nóg meer. Wat zijn we trots op alle #zorghelden in Nederland. Ook de artsen en verpleegkundigen van TalentCare zetten zich keihard in om goede zorg te blijven leveren. Wat doet de coronacrisis met hen? En hoe zorgen ze ondanks de drukte goed voor zichzelf? ANIOS Ouderengeneeskunde Lieke Kursten (29) vertelt hoe het haar vergaat.

Hoe gaat het met je?

“Een stuk beter. Vorige week was zwaar. In het verpleeghuis waar ik werk, hebben we in no time een corona-cohortafdeling opgezet. We vangen hier eigen bewoners op die besmet zijn, maar ook patiënten uit verpleeghuizen in de buurt, ziekenhuizen en de thuiszorg.

Ik draai hier drie tot vier keer in de week een 24-uursdienst. Dat doe ik naast mijn reguliere werk in het verpleeghuis. De eerste dienst viel me zwaar. Normaal gesproken kan ik makkelijk meerdere ballen in de lucht houden, nu kon ik er niets bij hebben. Volgens een collega was mijn stem hoger dan normaal en mijn gezicht rood. Toen de eerste dienst erop zat, ging het beter. Hulp vragen kan altijd, realiseerde ik me.”

Hoe is de situatie nu op je werk?

“Alles is inmiddels goed georganiseerd. We hebben plek voor negentien coronapatiënten, nu zijn er drie opgenomen. Dat valt nog mee. Samen met één andere arts draai ik de 24-uursdiensten. Die zijn zoveel mogelijk telefonisch. We vragen hoe het met patiënten gaat en bepalen of we bijvoorbeeld extra medicatie moeten voorschrijven. We moeten ontzettend snel schakelen. Binnen 24 uur kan het beeld van een patiënt verslechteren. Het goede nieuws: twee vrouwen die opgenomen waren, zijn inmiddels weer beter.”

“Als het echt te veel wordt, sluit ik me even af”

Hoe zorg jij nu goed voor jezelf?

“Ik praat dagelijks met een psycholoog op onze afdeling. Ook vanuit TalentCare ervaar ik steun. Deze week was er een speciale online intervisie over wat corona met ons als zorgverleners doet en hoe we ook voor onszelf kunnen zorgen. Verder probeer ik afstand te nemen door het nieuws minder te volgen. Als ik me opgejaagd voel, ga ik sporten. En als het echt te veel wordt, sluit ik me even af. Ik doe kaarsjes aan in mijn slaapkamer, zet een online yogales op en let goed op mijn ademhaling. Zo kan ik me beter concentreren op het hier en nu.”

Welk moment uit de afgelopen weken is je het meest bijgebleven?

“Als we merken dat mensen snel achteruit gaan, mag één familielid op de afdeling komen. Op vrijdag werd een man op de afdeling opgenomen. Twee dagen later was hij overleden. Gelukkig was zijn zoon bij hem en kon hij rustig afscheid nemen. Daar ben ik blij om. Mensen kunnen hier waardig sterven.”

Waar ben je het meest trots op?

“De saamhorigheid. In anderhalve week hebben we een hele unit ingericht. Toen we vrijdag een rondleiding kregen, besefte ik me: dit hebben we maar mooi geflikt met z’n allen.”

Welke tip heb je voor andere zorgverleners?

“Laatst tipte TalentCare een online seminar van de Militaire Geestelijke Gezondheidszorg. Daarin noemde een spreker het buddy-systeem. Je wordt dan gekoppeld aan een collega, kennis of partner die een beetje op jou let. Diegene informeert af en toe hoe het gaat. Heb je genoeg gegeten en gedronken? Neem je voldoende rust? Ik praat af en toe met een vriendin van me uit Brabant, die ook arts is. En ik heb veel aan mijn vriend. Hij signaleert soms eerder dat ik stress heb dan ikzelf.”

Zorgheld Britt: “Hier is het nog heel rustig”

Ze zijn onmisbaar, iedere dag weer. En in deze roerige periode nóg meer. Wat zijn we trots op alle #zorghelden in Nederland. Ook de artsen en verpleegkundigen van TalentCare zetten zich keihard in voor hun patiënten. Hoe pakken zij dat aan? Wat doet de coronacrisis met hen? En hoe houden ze het hoofd koel? We vragen het verpleegkundige Britt (23), die in een psychiatrisch ziekenhuis in Tiel werkt.

Goedemorgen Britt! Hoe is het nu met je? 

“Goed. Het valt mee met de drukte. Gister was het even spannend. Toen werd er een patiënt opgenomen met coronaklachten. Gelukkig was de test negatief.”

Hoe is de situatie nu op je werk? 

“Rustig. Vorige week mocht er nog maar één bezoeker per patiënt komen, nu laten we helemaal geen bezoekers meer toe in het gebouw. De artsen en senior-verpleegkundigen zijn druk aan het overleggen wat we doen met therapieën en verlof van patiënten. Aan de ene kant kijken de patiënten ernaar uit om even naar huis te gaan, tegelijkertijd is het een risico. Verder houden we symptomen en klachten goed in de gaten. Bij de patiënten, maar ook bij onszelf.”

“Ik vind het mooi om te zien hoe heel Nederland waardering voor de zorg uit”

Hoe vinden de patiënten het dat er geen bezoek meer mag komen? 

“Heel jammer. In het weekend hebben ze geen therapie en krijgen ze normaal gesproken bezoek. Dat kan nu niet, dus dat is wennen. Hoe de patiënten op de situatie reageren, verschilt per persoon. De ene is heel geschokt, de ander best laconiek. Het ligt er ook aan hoe vaak het nieuws opstaat. Maar het is voor iedereen een vreemde, onvoorspelbare periode.”

Wat doet het met jou? 

“Zelf ben ik niet bang om corona te krijgen, maar het is wel vervelend dat ik het zou kunnen overdragen. Ik werk met ouderen, een risicogroep. Daarom ben ik extra voorzichtig. Ik kom zo min mogelijk buiten, was mijn handen en desinfecteer alles. Het is echt wennen. Ik wil mijn patiënten een luisterend oor bieden, maar ook niet te dichtbij komen. Dat voelt afstandelijk.”

Hoe zorg jij in deze tijd goed voor jezelf?

“Ik probeer meer fruit te eten en meer te slapen. Normaal gesproken moet ik elke vrijdag naar school, nu zijn de colleges online. Daardoor kan ik langer uitslapen. Verder is de situatie voor mij niet heel anders dan normaal. Ik ben gewend om hard te werken en altijd door te gaan. Zorgverleners in algemene ziekenhuizen met coronapatiënten hebben het op dit moment drukker en zwaarder. Tegen hen kan ik alleen maar zeggen: ga zo door. Iedereen doet zo hard zijn best. Ik vind het mooi om te zien hoe heel Nederland daar waardering voor uit.” 

Is het te laat voor een nieuwe keuze?

Verpleegkundige Esmee Peters was altijd al geïnteresseerd in de GGZ. Toch koos zij tijdens haar hbo-V opleiding voor het ziekenhuis. Maar het afgelopen jaar begon het steeds meer te kriebelen. Is het te laat voor een loopbaanswitch naar de psychiatrie? Esmee vertelt in deze blog over haar ervaringen en twijfels.

Als kersvers afgestudeerd verpleegkundige ging ik aan de slag in de kinderthuiszorg. Een van mijn patiëntjes zal ik niet snel vergeten. Het meisje met zware gedragsproblemen kon niet naar een reguliere school maar ging naar een speciale psychiatrische instelling met dagopvang en onderwijs. Als verpleegkundige kwam ik daar omdat het meisje ook diabetes had en driemaal daags gecontroleerd moest worden.

Ik vond het superinteressant om te zien hoe de leiding met alle gedragsproblemen omging

Chaos

De eerste keer dat ik dit meisje bezocht, werd mij verteld dat ik rustig kennis moest maken met haar. Ik werd voorbereid dat ze waarschijnlijk een woedeaanval zou krijgen omdat ze niet met nieuwe gezichten om kon gaan. Ik liep dan ook met de nodige gezonde spanning naar de groep waar het meisje in zat. Het begon direct chaotisch. Een van de kinderen had een woedeaanval en had iemand van de leiding aangevallen. Ondertussen was een ander kind aan het schelden en schreeuwen omdat hij honger had en was de leiding druk bezig een ruzie tussen twee andere kinderen op te lossen. Kortom chaos! Maar ik vond het tegelijkertijd superinteressant om te zien hoe de leiding met alle kinderen met verschillende gedragsproblemen omging.

Sterke band

De band tussen het meisje en mij werd steeds sterker naarmate ik vaker bij het meisje langsging. Dat viel ook op bij de leiding en psychologen. Ik kreeg regelmatig als feedback dat het meisje zich maar naar heel weinig mensen openstelde en ik was een van die mensen. Met de andere verpleegkundige kon zij het niet zo goed vinden dus kreeg ik te horen dat ze eigenlijk wilden dat alleen ik nog langs zou komen. Hoewel het normaal is dat het met de ene persoon beter klikt dan met een ander, vond ik het toch wel erg toevallig dat die klik er nu net was met een kind in een psychiatrische setting.

Het is nooit te laat voor een nieuwe keuze

Nieuwe uitdaging

Na een jaar werken in de kinderthuiszorg was ik toe aan een nieuwe uitdaging en wilde ik graag nieuwe ervaringen opdoen. Na een aantal afwijzingen in het ziekenhuis vanwege te weinig ervaring, kwam Talent&Care op mijn pad. Dat zij mij konden helpen met mijn persoonlijke ontwikkeling én het opdoen van meer ervaring, vond ik meteen interessant. Na een aantal gesprekken kwamen we samen tot de conclusie dat ik de psychiatrie nog steeds heel interessant vond en dan vooral in combinatie met acute zorg voor kinderen en jeugd. 

Ontdekkingstocht

Talent&Care ging met deze informatie voor mij op zoek naar een leuke en leerzame werkplek. Sinds 1 augustus ben ik in dienst en kan ik eindelijk na al die jaren gaan ontdekken hoe het eraan toegaat in de psychiatrie. Daar komen natuurlijk ook de nodige twijfels bij kijken. Pas ik als zorgverlener wel in de psychiatrie? Sta ik sterk genoeg in mijn schoenen en heb ik eigenlijk wel genoeg kennis om met kinderen om te gaan met psychiatrische problemen? Ondanks de onzekerheden ben ik blij dat ik de kans krijg om te ervaren hoe het is om in de psychiatrie te werken. Het is dus nooit te laat voor een nieuwe keuze.

Psychiater Hans Rode: ‘Jonge artsen hechten minder aan hun identiteit als arts’

Waar artsen voorheen hun identiteit ontleenden aan arts zijn, lijkt dat voor de jongere generatie artsen niet meer helemaal op te gaan. Naast hun werk willen millennials ook andere rollen volledig vervullen. Zij hebben hobby’s, een sociaal leven, een relatie en een gezin. Hoe ziet deze ontwikkeling eruit voor de arts? ? En is de zorgsector wel ingesteld op deze identiteitsverandering? Wij spraken psychiater Hans Rode over arts zijn anno nu, identiteit en burn-outs.

Veel artsen ontlenen hun identiteit aan het ‘arts zijn’. Hoe komt dat?

Voordat artsen in opleiding gaan, zijn ze eigenlijk al bezig met wat het betekent om arts te zijn. Het beeld bestaat dat je als arts moet presteren en dat begint eigenlijk al vóór de studie. Tijdens de middelbare school beginnen velen al aan het opbouwen van hun cv. Om überhaupt toegelaten te worden tot de opleiding moet je je best doen. Tijdens de opleiding moet je hard studeren, vaak harder dan andere studenten. Anders dan andere opleidingen word je als geneeskundestudent opgeleid voor één ambacht. Die toegewijdheid en investering maken dat je als student gehecht raakt aan het beeld van arts zijn – en hard werken hoort daarbij.

Je raakt eraan gewend dat je binnen de artsencultuur moet presteren, niet mag falen en sommige (fysieke en mentale) signalen moet negeren. De patiënt heeft altijd voorrang. Wanneer je als arts honger hebt, moe bent of naar het toilet moet, gaat de patiëntenzorg toch vaak voor. In vergelijking met veel andere beroepen zijn artsen minder gebonden aan arbeidstijden. Het beeld bestaat dat het ‘helemaal oké’ is om als arts veel te werken. Als je dat doet, dan is het ook meer dan logisch dat je op een gegeven moment je beroep wordt.

Daarnaast is het ook best lastig om je als arts los te maken van die identiteit. Neem als voorbeeld een arts die in het vliegtuig zit om naar zijn of haar vakantiebestemming te gaan. Een passagier wordt onwel. Het eerste wat het cabinepersoneel zal vragen is of er een arts aanwezig is. Dan kun je toch moeilijk zeggen dat je op dat moment even ‘out of office’ bent.

De jonge arts wil ook een hobby uitoefenen en een goede vriend(in) en ouder zijn

Onlangs publiceerde NRC een artikel over identiteit en werk waarin jij aangaf dat artsen tegenwoordig veel minder die ‘roeping’ tot arts zijn voelen en zodoende veel minder hun identiteit ontlenen aan hun beroep. Waar ligt dit volgens jou aan? En ervaren artsen hierdoor meer of juist minder rust?

Waar de oudere arts graag hard werkt en minder andere rollen buiten het werk aanneemt, vindt de jongere arts (de millennial) andere dingen óók belangrijk. Zo wil de jonge arts ook een hobby uitoefenen en een goede vriend(in) en ouder zijn. Die identiteit als arts is zeker wel merkbaar en voelbaar tijdens het werk, maar de hechting aan die identiteit is voor de jongere generatie artsen minder. Die ontwikkeling is onvermijdbaar in onze cultuur, waar de rol van ‘de man als kostwinner’ verdwijnt en de aandacht voor zelfontplooiing buiten het werk groeit.

Die ontwikkeling heeft voor- en nadelen. Verschillende onderzoeken en collega’s wijzen op de stress die het hebben van meerdere identiteiten kan opleveren. In zorgorganisaties levert deze ontwikkeling meer roulatie op, wat betekent dat werk vaker wordt overgedragen en soms met minder continuïteit wordt uitgevoerd. Dat is enerzijds wel een nadeel voor de patiënt, maar aan de andere kant is het een heel gezonde ontwikkeling voor de arts en indirect ook voor de patiënt. Wanneer artsen naast hun werk ook een andere identiteit voelen en zij daardoor goed in hun vel zitten, heeft dat een bewezen positief effect op de patiëntenzorg.

Als arts kun je moeilijk zeggen dat je even ‘out of office’ bent

Wat is volgens jou de voornaamste reden dat zoveel artsen te maken hebben met stress (wat kan leiden tot een burnout)?

De oorzaak van een burn-out zit ‘m bij artsen niet zozeer in die identiteitsontwikkeling. Het artsenvak kent nu eenmaal veel stress en daar zijn artsen in getraind of aan gewend. Ziekenhuizen en zorgorganisaties verplichten artsen te werken met gebruiksonvriendelijke computersystemen die hen als het ware afleiden van de patiëntenzorg. De registratiedrang is daar hoog en ingewikkeld. De registratiedrang was vroeger heel anders, misschien wel minder efficiënt maar voornamelijk minder.

Daarnaast wordt bij veel zorginstellingen secretariële ondersteuning wegbezuinigd met als gevolg dat artsen die taken moeten overnemen. Die toename van ‘oneigenlijk’ werk in combinatie met een gebrek aan autonomie zorgt uiteindelijk voor meer stress dan het hebben van meerdere identiteiten of lange werkdagen.

Wat of wie kan hier verandering in brengen en hoe?

De uitdaging ligt ‘m voornamelijk bij ziekenhuizen en zorginstellingen, maar daarnaast kan de opleiding hier ook een rol in spelen. Medisch gezien is die prima, maar opleidingen kunnen artsen wel veel beter voorbereiden op verschillende werksituaties. Zo kun je artsen leren hoe zij het hoofd boven water kunnen houden in lastige situaties. Artsen worden vaak aangestuurd door managers die zelf geen ervaring hebben met patiëntenzorg. Artsen hebben wel de expertise om de zorg te leveren, maar gaan niet over hoe ze dat mogen doen. Zij kunnen echter wel invloed uitoefenen op dat proces via die manager. En daar ligt weer een kans voor de opleiding om artsen te leren hoe zij hun managers kunnen managen.

Artsen kunnen daarnaast ook een verandering teweegbrengen door hun krachten te bundelen en samen ervoor te zorgen dat het zorgproces eenvoudiger wordt. Er zijn veel voorbeelden van ziekenhuizen (vooral in het buitenland) waar artsen zich actief inzetten voor een eenvoudigere zorgprocedure met als gevolg meer tijd voor patiëntenzorg en betere zorgresultaten.

Leer artsen hoe zij hun managers kunnen managen

Wat zou er volgens u moeten veranderen in de zorg om artsen meer balans te geven tussen werk en privéleven en de verschillende identiteiten die zij daarbij aannemen?

De balans tussen werk en privé is niet helemaal scheef. Artsen kiezen voor zo’n baan en weten dat het veel werk is. Wel is belangrijk dat artsen die balans zelf vinden en daar kan veel meer aandacht aan besteed worden in de opleiding. Nu is de opleiding medisch gezien heel goed ingericht, maar er kan en moet meer aandacht besteed worden aan de persoonlijke ontwikkeling van een arts. Dat zorgt uiteindelijk ook voor betere patiëntenzorg. Ik voer veel gesprekken met artsen en sommigen realiseren zich pas na jaren dat zij eigenlijk niet de juiste beroepskeuze hebben gemaakt. Dat kan anders.

Zelf kwam ik ook pas na een aantal jaar werken op de spoedeisende hulp tot het inzicht dat ik niet op de juiste plek zat. Ik stompte emotioneel af en merkte dat de korte en vaak eenmalige patiëntencontacten mij niet goed pasten. De overstap van somatiek naar psychiatrie was een logische, maar zeker geen makkelijke keuze, want ik moest weer helemaal opnieuw beginnen. Het was echter wel een bewuste keuze en de ervaring leert dat die keuzes meestal het duurzaamst zijn.

Wederom ligt de uitdaging bij de opleiding. Al op het selectiemoment kan daar rekening mee gehouden worden door niet alleen te kijken naar cijferlijsten, maar ook naar zelfkennis en persoonlijkheidskenmerken. Passen de vaardigheden van een persoon bij het artsenvak? Vaak gaan artsen heel veerkrachtig hun carrière in, daar ligt het echt niet aan. Het zijn de omstandigheden binnen de opleiding en de ziekenhuizen die sterk verbeterd moeten worden zodat artsen beter in hun vel zitten en beter hun werk kunnen doen. Dat is beter voor de arts én de patiënt.