Verlicht de werkdruk door je hart te luchten

Het liefst zou arts Marjolein Hullegie aan alle verwachtingen voldoen. Direct klaarstaan als de familie van een patiënt haar advies nodig heeft en niet aan tijd gebonden zijn. Maar soms is dat simpelweg onmogelijk. Hoe om te gaan met de druk die ze voelt van de onrealistische verwachtingen? Marjolein heeft een manier gevonden. In dit blog vertelt ze over haar voornemen iedere dag oprechte aandacht aan collega’s te besteden. 

Sinds vier maanden werk ik als basisarts in de ouderenzorg. Een enorm leuke baan met fijne collega’s. Ik werk op verschillende locaties in Arnhem en draai spoeddiensten, waarbij ik ouderen met al hun klachten help, zowel psychogeriatrisch als somatisch. Afwisselend is mijn werk dus ook.

Dit is mijn eerste baan. Het is leuk te zien hoe snel ik een ontwikkeling heb doorgemaakt, de afgelopen maanden. Ik begon hier als onzeker meisje. Zou ik al die verantwoordelijkheden wel aankunnen? Inmiddels heb ik ervaring opgedaan en ben ik een stuk zelfverzekerder. Waar ik nog steeds mee worstel, zijn de hoge verwachtingen. Voordat ik begon, dacht ik dat dat vooral de verwachtingen zouden zijn die ik van mezelf had. Je wilt geen fouten maken in je werk, want het gaat om mensenlevens. Wat als ik een verkeerde beslissing zou maken?

“Ik ben ook maar gewoon een mens”

Familieleden met hoge verwachtingen

Waar ik eigenlijk meer tegenaan loop, zijn de verwachtingen die andere mensen van me hebben. Dan heb ik het niet per se over de patiënten zelf, want die zijn vaak dementerend. Nee, dan heb ik het over hun familieleden: kinderen, partners, broers, zussen, vrienden en vriendinnen.

Als familieleden vragen hebben, kunnen ze die neerleggen bij het zorgteam, dat het meeste contact met de patiënt heeft. De verpleegkundigen leggen die vragen dan weer bij mij neer, als dat nodig is. En dan bel ik de familie. Maar sommige familieleden bellen mij en verwachten binnen een uur een antwoord. Als ik de tijd heb, lukt dat. Helaas is dat zelden het geval, mijn dagindeling is behoorlijk volgepland met afspraken, spoeddiensten en zorgvisites op de afdeling.

Wanneer ik op maandag het verzoek krijg een familielid te bellen en daar pas op woensdag aan toe kom, voel ik me daar rot over. Ik begrijp maar al te goed dat de familie een update wil. Het gaat om hun dierbare, ze willen duidelijkheid. Ik vind het goed dat familieleden betrokken zijn en contact opnemen. Vaak kennen zij de patiënt het best. Maar ik ben ook maar een mens… Ik kan nu eenmaal niet elk familielid het hele jaar door direct van dienst zijn. Dan zou ik nooit voor 22.00 uur weg kunnen. Alsnog klap ik zelden om 17.00 uur mijn laptop dicht, meestal is het 18.30 uur. Dan zit ik nog een uur in de auto voor ik thuis ben en heb ik ’s avonds vaak nog privé-afspraken of sporttraining.

Marjolein Hullegie

Op het moment dat ik wel terugbel, is het begrip soms ver te zoeken. Ik probeer altijd uit te leggen waarom het langer heeft geduurd, maar dat wordt niet altijd geaccepteerd. Veel familieleden beseffen niet hoeveel tijd het kost om zo’n gesprek te voeren. Ik moet het voorbereiden, achteraf moet alles genoteerd worden. Dat geeft niet, want in sommige situaties is overleg echt noodzakelijk. Wanneer iemand net uit het ziekenhuis komt of omdat het mentaal niet goed gaat.

Ik ben niet de enige die worstelt met de verwachtingen, ik zie het ook bij collega’s. Iedereen zou moeten kunnen zeggen: nu is het 17.00 uur, morgen sta ik weer voor u klaar. Het liefst zou ik willen dat familieleden hun verwachtingen wat meer bijstellen, maar dat zie ik niet zo snel gebeuren. Dus moet ik er zelf anders mee omgaan. Een vervelend gesprek sneller loslaten, accepteren dat ik niet al mijn werk afkrijg. Dat gaat me telkens wat beter af. Ik weet van mezelf: als ik de tijd had gehad, had ik het allang gedaan.

Kleine veranderingen

“Ik heb me voorgenomen iedere dag aan mijn collega’s te vragen hoe het met ze gaat”

Vaak kan ik het dus wel relativeren, maar als ik van een ander hoor dat ik mijn best heb gedaan, komt het toch beter binnen. Daarom denk ik dat het goed is vaker steun van collega’s te vragen. Zij kunnen met me meedenken, een situatie in een ander perspectief plaatsen. Als ik iets anders had kunnen doen, vertellen mijn collega’s dat ook. En vaak is de conclusie dat het nu eenmaal niet anders kon. Zo’n bevestiging is een geruststelling. 

Elkaar aandacht geven

Je hart luchten bij collega’s en bewust naar elkaar luisteren, kan de ervaren werkdruk al flink verlichten. Ik merk dat dat voor mij écht werkt. Daar moet ik op door, dacht ik enkele weken geleden. Ik heb me toen voorgenomen iedere dag een paar minuten de tijd te nemen en mijn collega’s te vragen hoe het met ze gaat. Dat kondig ik niet van tevoren aan, dat doe ik gewoon tussendoor. Een paar simpele vragen als: Hoe was je dag? Heb je het druk gehad? Vaak komt er vanzelf een heel verhaal uit. Het ene moment zit iemand nog heel gefocust te typen, ineens gaan de schouders omlaag en zie je de stress het lichaam verlaten. Even je ei kwijt.

Of ik mijn voornemen volgehouden heb? Op één dag na is het me elke dag gelukt oprechte aandacht te besteden aan collega’s. Of ik het door ga zetten? Zonder twijfel. Er wordt positief op mijn nieuwe gewoonte gereageerd. Met de artsengroep hebben we de gewoonte elke week te starten met een overleg. Voordat we op werkgerelateerde zaken ingaan, bespreken we het weekend, maar ook de voorgaande werkweek. Hoe ging het? Waar liep je tegenaan? Als iemand veel stress ervaart, is het goed als collega’s ervan afweten. Zodat we elkaar steun kunnen bieden.

Op deze manier kunnen wij als zorgverleners ons hart luchten en onze frustratie kwijt. Het gevolg: familieleden hebben een arts aan de telefoon die wat meer ontspannen en uitgerust is. Helemaal voldoen aan alle verwachtingen, dat gaat ons niet lukken. Zolang de technologie nog niet zo ver is dat we op drie plekken tegelijk kunnen zijn. We doen wat we kunnen, maar we moeten onze grenzen bewaken. Wij hebben ook tijd nodig om weer op te laden. Dat betekent dat we soms even voor onszelf moeten kiezen.

Blijf kalm en de apotheker lost het op

“Keep Calm and Carry On” luidde de propaganda van de Britse regering in 1939. Het was een poging om het volk voor te bereiden op de naderende Tweede Wereldoorlog. Opmerkelijk, want de toenmalige minister-president Chamberlain was er heilig van overtuigd dat het niet tot een oorlog zou komen. Nu weten we dat deze actie zijn politieke zelfmoord betekende en dat Winston Churchill hem kort daarna opvolgde. De slogan is na Chamberlain voor een diversiteit aan campagnes ingezet, op grote en kleine schaal – denk maar aan vrijmibo aankondigingen als ‘keep calm and have a beer’.

De parallel tussen de politiek van Chamberlain en de geneesmiddeltekorten is makkelijker te maken dan ik bij aanvang van deze column had vermoed. Al vele jaren zien apothekers met lede ogen aan dat tekorten oplopen in hoeveelheid en duur. Iedereen herinnert zich de ellende van het tekort aan Thyrax®. De lijst is oneindig veel langer geworden, maar in 2018 zijn ook zeer veelgebruikte middelen langdurig niet beschikbaar (geweest) zoals temazepam, naproxen en ibuprofen. Recent kwamen daar Sinemet® en uiteraard de meest gebruikte en meest veilige anticonceptiepil bij.

Wij nemen als apotheek een proactieve houding aan

Onlangs liet de NOS weten dat belangrijke geneesmiddelen in Frankrijk niet meer verkrijgbaar waren. We kennen onze zuiderburen als actie bereid en zo bleek ook de Franse Senaat al vrij snel doordrongen van de ernst van dit probleem. De problematiek – en de vermoedelijke oorzaak – is in Nederland min of meer gelijk. Onze Minister voor Medische Zorg kwam echter niet zo daadkrachtig over. Zo informeerde hij de Tweede Kamer dat gebruikers van de pil best een alternatief konden vinden. Dat moesten dan wel pillen met andere werkzame componenten zijn met alle gevolgen van dien ten aanzien van kosten en veiligheid, maar de minister noemde enkel het eerste. Recent deed een collega daar ook enkele interessante uitspraken over in De Volkskrant.

Ik laat het aan eenieder zijn eigen conclusies te trekken, maar wil hierbij een lans breken voor mijn collega’s en mijzelf. De kennis van de farmacologie en de oplossingsgerichte vaardigheden van de Nederlandse apothekers zorgen er namelijk dagelijks voor dat de problemen nog enigszins te beteugelen zijn en er geen serieuze slachtoffers vallen. Wij nemen een proactieve houding aan en bespreken alternatieven met artsen én patiënten. We zoeken oplossingen, maar dat kost uiteraard een hoop tijd, de nodige moeite en soms ook geld. Maar we doen het vrijwel allemaal, omdat het ons past en omdat we vinden dat we een verschil kunnen maken. Het zou alleen niet nodig moeten zijn…

Apothekers, laat een positiever geluid horen!

Het is dankbaar om voor de patiënt te zorgen. Maar tegelijkertijd lopen de tekorten dusdanig op dat het langzamerhand steeds moeilijker is oplossingen aan te dragen op het gebied van patiëntvriendelijkheid, bereikbaarheid en betaalbaarheid. In het verleden is de Nederlandse apotheker vaak – terecht of onterecht – aan de schandpaal genageld. Ik stel nu voor om een positiever geluid te laten horen. De cliënten van de apotheek waar ik werkzaam ben kunnen in elk geval blijven vertrouwen op de aandacht voor zorg van de apotheek. Het is weliswaar vijf voor twaalf geweest, maar blijft u maar kalm: de apotheker lost het op.

Voel je (nog) beter, probeer intermitterend vasten

De ene behandeling is nog maar net klaar, of de volgende patiënt staat alweer te wachten. Snel gris je een mueslireep uit je tas en haast je je naar de volgende afspraak. Herken je dit scenario? Werken in de zorgsector kan stressvol zijn. Zorgverleners maken lange dagen, waarop ze vaak onregelmatig eten. Het energieniveau kent pieken, maar ook flinke dalen. Dat ondervond Leonardo Claasen. Hij ontdekte ‘intermittent fasting’, oftewel: onderbroken vasten. In dit blog vertelt hij hoe het werkt en hoe het ook jou kan helpen je fitter te voelen.  

Leonardo Claasen. Beeld: Jeroen Berends

Ik wilde altijd plastisch chirurg worden. Toen ik een tijdje bij de cardio-thoracale (hart-long) chirurgie werkte, voelde ik me geleefd. Dat werd wat minder toen ik overstapte op de spoedeisende hulp, maar ook daar raakte mijn dag-en-nachtritme compleet verstoord. Op willekeurige momenten was ik moe, soms plotseling in de ochtend of middag. Lag ik ’s avonds in bed, dan was ik weer klaarwakker. Er werd veel van me verwacht, ik had amper tijd voor andere passies en weinig energie. Inhoudelijk vond ik chirurgie een mooi vak, maar moest het werk ten koste van mezelf gaan? Wilde ik dat wel?

Via TalentCare werk ik nu bij de psychiatrische crisisdienst, gecombineerd met ‘Intensive Home Treatment’ in Almere. Daarnaast heb ik een eigen bedrijf: The Work Embassy. We koppelen horecapersoneel uit het buitenland aan ondernemingen in Nederland. Ik heb een druk bestaan. Hoe ik dat volhoud? Ik haal energie uit mijn werk, maar ook doordat ik me bewust bezighoud met voeding.

Wat is intermitterend vasten?

Anderhalf jaar geleden begon ik me meer te verdiepen in het effect van eten op je welzijn en het ontwikkelen van gewoontes. Op YouTube bekeek ik filmpjes en in de auto luisterde ik naar audioboeken. The Longevity Paradox van Steven Gundry, The Keto Reset Diet van Mark Sisson en de mooiste: Genius Foods van Max Lugavere. Alle kennis die ik tot me nam, wilde ik zelf in de praktijk brengen. Mijn overtuiging: je weet pas of iets voor jou werkt, tot je het zelf uitprobeert.

In meerdere boeken las ik over intermitterend vasten. Dat kun je op verschillende manieren doen. Sommige mensen eten af en toe een hele dag niet, of alleen groente. Ik eet alleen binnen een bepaalde tijdsperiode en heb suiker uit mijn menu geschrapt. Ook koolhydraten eet ik minder, vooral ‘snelle koolhydraten’ laat ik links liggen. Voor de rest eet ik dezelfde hoeveelheid, maar dan in een korter tijdsbestek.

Na het diner eet ik niet meer en de volgende hap neem ik pas weer rond 13.00 of 14.00 uur de dag erna. Het ontbijt sla ik dus over. Zestien uur eet ik niet, acht uur wel. Nu denk je misschien: het ontbijt is toch het belangrijkste eetmoment van de dag? Ik vermoed dat dit idee de wereld in geholpen is door de voedselindustrie: ontbijtgranenproducenten willen hun product verkopen.

Rust in het verteringsproces

Ook het argument dat je stofwisseling pas op gang komt als je ontbeten hebt, is niet per se waar. Je stofwisseling heeft geen extra voeding nodig om geactiveerd te worden. Juist een tijdje niet eten activeert belangrijke processen. Hoe dat werkt? Iedere dag vullen we ons lichaam met bouwstoffen (eiwitten) en brandstoffen (vetten, koolhydraten en suikers). Zo groeit het lichaam. Maar het moet continu hard werken.

Door te vasten, geef je je lichaam even rust in het verteringsproces. Daardoor kan het zichzelf reinigen en de zwakke cellen opruimen. Bij het herhaaldelijk eten van ‘snelle koolhydraten’ over de dag, creëer je veel bloedglucosepieken. Je lichaam probeert deze te corrigeren. Toch wordt er vaak ‘overgecorrigeerd’. Je ervaart dan een dip, bijvoorbeeld de ‘after dinner dip’, door een overschot aan deze suikers. Dit heeft invloed op hoe je je voelt. Minder glucosepieken betekent minder dips, dus voel je je beter gedurende de dag.

Het lichaam gebruikt twee grondstoffen om als energie te verbranden: koolhydraten en vetten. Intermitterend vasten zorgt ervoor dat je lichaam overschakelt naar vetverbranding, wat er weer voor zorgt dat je een stabielere bloedglucosewaarde in je bloed hebt. En je dus energieker voelt.

Beginnen met intermitterend vasten kan moeilijk zijn. Ik heb het rustig opgebouwd, begon niet cold turkey. Het kost meerdere weken om ergens een gewoonte van te maken. In eerste instantie had ik flinke trek als ik ’s ochtends op mijn werk aankwam. Mijn lichaam was gewend aan ontbijt, was in de war. Ook mentaal was het even doorzetten. Al sinds onze geboorte is ons lichaam gewend in de ochtend te eten. Daar zijn we afhankelijk van geworden. Dus moeten we ons even verzetten. Toen ik daar doorheen was, voelde ik me niet alleen beter, ook had ik een stukje onafhankelijkheid gewonnen.  

Betere concentratie en meer focus

Al snel merkte ik de positieve gevolgen van intermitterend vasten. Ik heb minder pieken en dalen in mijn energieniveau en ben minder afhankelijk van eten. Voorheen werd ik tijdens een gesprek met een patiënt weleens afgeleid door de trek, nu niet meer. Ik val sneller in slaap, mijn slaap is dieper en ik heb minder slaap nodig. Daarnaast voel ik me uitgerust, helder, gefocust en alert.

Binnen TalentCare heb ik mijn verhaal verteld over intermitterend vasten en voeding. Meerdere collega’s hebben het ook geprobeerd, net als familie en vrienden. Ik krijg vaak terug dat ze het geweldig vinden. Veel mensen zijn emotie-eters en kampen daardoor jarenlang met overgewicht. Zo is mijn moeder inmiddels ook af van haar verlangen naar suiker en koolhydraten. Als je lang niet eet, is het eerste wat je wilt eten vaak iets gezonds. Een salade, geen donut. Een vriend die last had van het prikkelbare darmsyndroom schrapte tarwe uit zijn dieet en had geen buikpijn meer.

Wetenschappelijke onderbouwing

Ook de wetenschap is positief over intermitterend vasten. Een recent overzicht van het wetenschappelijk onderzoek naar intermitterend vasten in The Annual Review of Nutrition zegt dat “opvallend bewijs uit dieronderzoek en belangrijke aanwijzingen uit menselijke studies” onderstrepen: vasten kan de gezondheid verbeteren. Ook patiënten met diabetes type 2 kunnen baat hebben bij intermitterend vasten, omdat de insulinegevoeligheid sterk verbetert.

Voor zorgverleners is een stabiel energieniveau extra belangrijk. Er wordt veel van je verwacht en de tijdsdruk is groot, dus is het handig als je mentaal scherp bent. Door intermitterend vasten ben je minder vaak chagrijnig (‘hangry’) en waarschijnlijk energieker. Daar profiteren patiënten ook van. De lange, onregelmatige dagen houd je beter vol doordat je minder vaak een dip hebt.

Geen wondermedicijn

Ik zeg niet dat intermitterend vasten een wondermedicijn is of dat je het altijd moet doen. Het heet niet voor niets ‘intermitterend’ vasten, dat betekent dat je het in periodes doet. Ik doe het steeds vaker, maar wil ook niet te extreem worden. Het leven moet wel leuk blijven. Ik ga heus nog wel eens naar de Chinees, ondanks alle suiker in de gerechten, en geniet er ook van.

Intermitterend vasten wil ik aan niemand opdringen. Of het voor jou werkt, weet ik niet. Ik kan alleen voor mezelf spreken. Ik zou zeggen, probeer het eens. Mensen schrijven veranderingen vaak bij voorbaat al af – “Ik heb nu eenmaal ontbijt nodig” – maar dat is enkel een aanname. Wees je bewust van vastgeroeste gewoontes. Al voel je je momenteel prima, wie weet kun je je nog fitter voelen. Ik merk in ieder geval een wereld van verschil. Een after-dinner dip? Geen last meer van. Moeite om in slaap te komen? Ook dat niet meer. Hardlopen op een lege maag? Heerlijk! Het is echt waar, je bent wat je eet.

Wil je meer weten of heb je vragen over intermitterend vasten? Neem contact op met Leonardo.

Vermijd deze 3 valkuilen als je geneeskunde studeert

Wie arts wil worden, weet dat vaak als kind al. Waar het bij beroepen als brandweerman, politieagent of ballerina vaak om een kinderdroom gaat, lijken de kinderen die arts willen worden het vaak waar te maken. Zo ook Niels Kappelhof. Als vijfjarige wist hij het al: hij zou dokter worden. Zelfs zijn specialisatie als cardioloog had hij als hartpatiënt al uitgekozen. Zijn vastberadenheid gaf hem veel zekerheid tijdens zijn studie, maar zorgde er ook voor dat hij een aantal valkuilen over het hoofd zag. In dit blog vertelt hij waar hij tegenaan liep en wat jij daarvan kunt leren.

De tunnelvisie

Hoewel ik vroeg wist dat ik later dokter wilde worden, had ik tijdens de middelbare school alsnog moeite met keuzes maken. Ik wilde alle opties openhouden, want wat als ik opeens toch geen dokter meer wilde zijn? En wie weet werd ik wel helemaal niet toegelaten bij geneeskunde? Ik koos voor het vakkenpakket Natuur en Gezondheid, met als extra vakken economie en Grieks om mijn opties voor later te vergroten.

Weten wat je wilt kan je gezichtsveld beperken

Zo breed als ik mijn pakket tijdens de middelbare school wilde houden, zo toegespitst doorliep ik de opleiding geneeskunde. Ik wist natuurlijk al wat ik wilde worden en ontwikkelde ongemerkt een tunnelvisie. En ik kan je zeggen, dat is niet de beste manier om een studie van zes jaar te doorlopen. Gebruik je studiejaren om te ontdekken wie je bent en wat je wilt. Het is goed om te weten wat je wilt, maar het kan je (gezichtsveld) ook beperken.

Hoewel ik vroeg wist dat ik later dokter wilde worden, had ik tijdens de middelbare school alsnog moeite met keuzes maken. Ik wilde alle opties openhouden, want wat als ik opeens toch geen dokter meer wilde zijn? En wie weet werd ik wel helemaal niet toegelaten bij geneeskunde? Ik koos voor het vakkenpakket Natuur en Gezondheid, met als extra vakken economie en Grieks om mijn opties voor later te vergroten.

Het cijfervirus

Tijdens mijn coschappen werd ik, zoals vrijwel elke co-assistent, besmet met het cijfervirus. Er wordt je wijsgemaakt dat je hoge cijfers moet halen om indruk te maken op artsen en professoren. Je komt terecht in een omgeving van strebers, waar het draait om presteren en de hoogste cijfers halen. En deze instelling is aanstekelijk. Maar wanneer je later gaat solliciteren zal echt niemand vragen om dat coschap-boekje.

Natuurlijk moet je wel voldoendes halen om je diploma te behalen, maar uiteindelijk zijn cijfers niet het belangrijkste. Wat is dan wel belangrijk? Dat je die coschappen gebruikt om te ontdekken welk vakgebied bij jou past. Wat interesseert en intrigeert je? Wat zijn de dagelijkse bezigheden van specialisten en zie je jezelf dat werk ook doen voor de komende 40 jaar?

Ik zat niet te wachten op iemand die mij ging vertellen wat ik moest kiezen

Het ego

Elke universiteit heeft loopbaanbegeleiders maar ik heb er nooit een bezocht. Ik zat niet te wachten op iemand die mij zou vertellen wat voor keuzes ik zou moeten maken en was ervan overtuigd dat ik mezelf toch wel beter kende. Ik realiseerde me niet dat een loopbaanbegeleider je helemaal niet gaat vertellen welke keuze je moet maken. Zo’n begeleider kan je echter wel helpen je bewustwording te vergroten en helder te maken wat jij belangrijk vindt in het leven en wat bij jou past.

Kortom, ik zeg zeker niet  dat ik ‘fouten’ heb gemaakt, maar ik ben wel enkele valkuilen ingelopen die ik had kunnen zien als ik mijn oogkleppen niet op had. Daar heb ik van geleerd en hoop ik je bij deze voor te behoeden.

Leestip

Als je moeite hebt met keuzes maken, kan het boek ‘The Ultimate Guide to Choosing a Medical Specialty’ van Brian Freeman je wellicht helpen. In dit boek zet Freeman uiteen wat elk specialisme inhoudt, wat voor type mensen er werkzaam zijn, wat hun hobby’s zijn, hoe de arts-patiënt relaties in elkaar zitten en hoe je ervoor zorgt dat je aangenomen wordt in dat specifieke vakgebied. Het boek is gebaseerd op de Amerikaanse gezondheidszorg maar ook zeker relevant voor Nederland.

Ik wil heel graag huisarts worden, maar waar moet ik allemaal aan voldoen?

Als ik mijn moeder mag geloven, weet ik al sinds mijn vierde levensjaar dat ik dokter wil worden. Inmiddels ben ik 25 jaar en afgestudeerd arts. Maar wat nu? Ik weet dat ik huisarts wil worden, maar hoe ga ik dat doel bereiken? Maandelijks blogt Daniëlle, arts bij Talent&Care, over haar vragen en ervaringen als ANIOS in de ouderengeneeskunde.

Het is een vraagstuk dat waarschijnlijk in de hoofden van veel geneeskundestudenten en net afgestudeerde artsen rondspeelt: ik ben (straks) arts, maar wat komt daarna? Voor de één betekent dat een zoektocht naar de best passende specialisatie, voor de ander staat al vast wat hij of zij wil worden en is de vraag eerder: hoe ga je jouw doel behalen? Ik val in die laatste categorie.

‘Je doet je best om aan alle eisen te voldoen, terwijl niet eens vaststaat wat die eisen zijn’

‘Help! ik wil heel graag huisarts worden, maar waar moet ik allemaal aan voldoen?’ Dit is kort samengevat mijn hulpvraag. Antwoord krijgen op die vraag blijkt lastiger dan gedacht. Om mij heen zie ik heel veel huisartsen-in-spé (en specialisten-in-spé) met dit soort vragen worstelen. Als je klaar bent met studeren, word je vrijgelaten in de grote-mensen-wereld. Je doet je best om aan alle eisen te voldoen, terwijl niet eens vaststaat wat die eisen zijn.

Een standaard traject

Ik heb het gevoel dat er een soort standaard traject is ontstaan: doe een jaar ervaring op bij de interne geneeskunde en – als het even kan – het liefst ook nog op de eerste hulp. Dan solliciteer je naar de opleiding en houd je je vingers gekruist. Heb je jezelf goed genoeg ontwikkeld? Én heb je dat voldoende kunnen laten zien tijdens je sollicitatiegesprekken?

Even vooropgesteld: ik heb echt geen probleem met interne geneeskunde en spoedeisende hulp. Sterker nog: het lijkt me hartstikke leuk om in het voortraject nog meer ervaring op te doen. Bijvoorbeeld op een SEH. Mijn punt is, dat dit geen ‘verplichting’ zou moeten zijn.

‘Het huisartsenvak is zo breed, dat er veel relevante vakgebieden zijn, waarin jij je kunt voorbereiden op jouw carrière als huisarts’ 

Het huisartsenvak is zo breed, dat er veel relevante vakgebieden zijn, waarin jij je kunt voorbereiden op jouw carrière als huisarts. Niet iedereen heeft dezelfde punten om aan te werken. En dus kun je na de studie jouw vervolgstappen aanpassen aan jouw ontwikkelpunten. Denk bijvoorbeeld aan competentie ontwikkeling, maar ook aan een eventuele verbreding van je kennis buiten de gezondheidszorg.

Mijn competenties

Mijn gedachtegang heeft zich vertaald naar een traject bij Talent&Care, waarbij ik heb gekozen voor de positie ANIOS ouderengeneeskunde. Voor vier dagen per week. Deze keuze heb ik bewust gemaakt op basis van de competenties, waar ik graag nog aan wil werken: communicatie met patiënten met dementie en de begeleiding van het palliatieve traject. Door mijn werkweek van 4 dagen, heb ik nog een werkdag over voor mijn eigen bedrijf. Ik maak uitleg-video’s voor geneeskunde- en verpleegkundestudenten.

‘Met mijn werkervaring in de ouderenzorg investeer ik in mijn toekomst als all-round huisarts’ 

Bij Talent&Care wordt er naar al mijn vragen geluisterd. Collega’s zoeken mee naar antwoorden, waarbij mijn persoonlijke ontwikkeling centraal staat. Ik vertrouw erop dat ik door mijn werkervaring in de ouderenzorg mijn kansen zo groot mogelijk maak om te worden aangenomen voor de huisartsenopleiding. Én ik investeer in ervaringen, die mij tot een goede all-round huisarts maken.

Geef de zorgverbeteraars meer ruimte in je organisatie!

We kijken graag naar anderen. Wachten vaak eerst af. En blijven dan hopen op die grote wijzigingen die de politiek gaat brengen. Hierdoor ontstaat er geen beweging om de zorg echt te verbeteren. Daarom bij deze een oproep aan alle bestuurders: Haal meer uit de zorgverbeteraars op je eigen werkvloer en geef ze meer ruimte in je organisatie! Zij kunnen namelijk nu al het verschil maken.

Goed, eerst een recap. Als we alle issues in de zorg plat slaan, zie ik twee problemen: 1. tijdsdruk (en dus werkdruk) door meer vraag naar zorg en oplopende personeelstekorten; en 2. financiële druk, ofwel: is het nog betaalbaar op de manier hoe we de zorg nu regelen en waar halen we de benodigde mensen vandaan? Hier is al veel over gezegd dus dat doe ik hier niet. Waarom, ik geloof dat het denken vanuit het huidige systeem niet meer aansluit bij de maatschappelijke en medische realiteit.

Patiënten hebben gedurende de afgelopen eeuw namelijk andere wensen gekregen. Ze willen meer dan ooit persoonlijk maatwerk. Beschikken vaak al over enige (internet)kennis. Bepalen zelf wel of ze behandeld willen worden of niet. Maken eigen afwegingen over waardig lijden en leven. Ga zo maar door. Aan de andere kant zijn zorgverleners niet langer die alwetende zorgprofessionals die voor elke klacht de ultieme remedie hebben. Nee, de diagnose en daaruit volgende behandelopties rollen (nu al en straks helemaal) zo uit de computer. Doordat slimme software en algoritmes, gekoppeld aan wereldwijde medische data, in no time zien wat er met meneer of mevrouw aan de hand is.

Interpretator

Zorgprofessionals moeten in de (nabije) toekomst daarom vooral het verschil maken op menselijk vlak. Invoelend en authentiek menselijk contact tussen zorgverlener en patiënt; dat is waar het – ’t liefst morgen al – om draait. Daar ben ik van overtuigd. Zeker als de medische kennisontwikkeling zo hard gaat dat geen student of arts de vernieuwingen meer kan bijbenen – ook al denkt men dat nu nog wel. Dan wordt zorg verlenen een kwestie van samen optrekken met de patiënt. Om dan eveneens samen de juiste afwegingen te maken na interpretatie van alle gegevens. Een afweging tussen kans op herstel en persoonlijke levenskwaliteit tijdens en na de behandeling. De zorgverlener wordt dus een interpretator: iemand die op basis van technologie aan de ene kant en intermenselijk contact aan de andere kant interpreteert. Om daarna echt samen met de patiënt af te wegen en te besluiten wat de vervolgstappen zijn. Deze rol past heel goed bij de intrinsieke motivatie van (jonge)zorgverleners. Want begaan zijn met het persoonlijk welzijn van mensen is voor veel zorgprofessionals de reden (geweest) om voor de zorg te kiezen. 

Daar zit hun ware passie!

Zorgverbetertrajecten

Vandaag al bezig willen zijn met de zorg bieden van morgen. Die ambitie proef ik heel erg bij de nieuwe generatie zorgverleners, de millennials, waar ik dagelijks mee mag werken. Zij hebben de passie en nieuwsgierigheid maar missen soms alleen het lef om zich met deze frisse blikken te manifesteren in een stokoude en starre cultuur. Zonde! Immers, zij zijn zorgverbeteraars die niet in vaste hokjes zijn te plaatsen, maar juist de ruimte willen voelen binnen zorgorganisaties. Zodat zij actief kunnen helpen met verbeterslagen bedenken en doorvoeren. Wij stimuleren in onze eigen organisatie daarom ook het opzetten van (persoonlijke) zorgverbetertrajecten. Projecten die het verschil maken. En dat werkt.

Extra tijd voor een goed plan

Hoe we dat doen? We geven medewerkers extra tijd (en dus geld) als ze een doordacht verbeterplan hebben voor de zorg. Denk aan het ontwikkelen van een checklist ‘wel/niet zinvolle administratie’ om onnodige regeldrift in kaart te brengen. Of heel basic: aan het verbeteren van het onboarding-traject in de organisatie. Dat is zeer kosteneffectief voor zorgorganisaties met hoge verlooppercentages en… wel zo prettig voor nieuwkomers.

Dus zorgbestuurders van Nederland: geef jullie eigen zorgverbeteraars ook meer de ruimte! Want dan bereiden we ons samen goed voor op een fundamentele transformatie. Naar een zorgsysteem waarbij de mens weer echt centraal staat. Qua zorg bieden én zorg ontvangen.