Lieke Kursten Zorgheld

Hoe is het nu met zorgheld Lieke?

Op het hoogtepunt van de coronacrisis spraken we verschillende #zorghelden van TalentCare. Inmiddels is de storm wat gaan liggen. Dus zijn we benieuwd: hoe is het nu met onze zorghelden? ANIOS Ouderengeneeskunde Lieke Kursten (29) trapt af.

Hoe is het nu met je?

“Goed! Ik heb net twee weken vakantie gehad. Lekker gefietst en gezeild op het Veluwemeer. Daar was ik echt aan toe. In september begin ik met de huisartsenopleiding, tot die tijd werk ik nog in dit verpleeghuis. Omdat ik over twee maanden stop, ben ik nu een soort vliegende keep. Ik neem afdelingen waar van collega’s die vakantie hebben en pak extra taken op. Ik meet weer bloeddrukken, denk na over labuitslagen. Het is fijn om het even wat rustiger aan te doen. En niet meer telkens brandjes te blussen.”

Hoe is de situatie nu op je werk?

“Er zijn geen besmette patiënten meer op onze locatie. Een maand geleden hebben we de corona-cohortafdeling afgebroken. Mocht er weer een uitbraak komen, kunnen we die afdeling binnen 24 uur opbouwen. En genoeg personeel optrommelen. Daarnaast ondersteunt een speciaal coronateam van tien mensen ons. Met hen kunnen we praten over de heftige momenten die we hebben meegemaakt. Welke impact had de coronacrisis op ons? Wat ging goed? Wat kan beter? Op deze manier kunnen we ook leren van de afgelopen periode.”

“Ik ben trots op onze prestaties”

Ja, vertel eens. Wat nemen jullie mee naar de toekomst?

“Twee keer per jaar bespreken we het zorgleefplan van elke patiënt. Samen met het hele zorgteam, de patiënt zelf en de familieleden. Dat doen we nu via Zoom. Voorheen moesten sommige families van ver komen. Dan namen ze een dag vrij om ons een halfuurtje te spreken. Beeldbellen is veel efficiënter. Voor de coronacrisis liepen gesprekken standaard uit, nu zijn we iedere keer op tijd klaar.”

Wat heb je zelf van de coronacrisis geleerd?

“Vooral op organisatorisch vlak ben ik gegroeid. In korte tijd hebben we veel geregeld. Ineens moesten we als artsen zelf roosters maken. En meedenken over financiële zaken. Voor welke zuurstofapparaten kiezen we? En hoe duur zijn die?”

Hoe kijk je terug op de afgelopen maanden?

“Het was een hectische periode, maar we hebben een mooie prestatie geleverd. Wat er ook moest gebeuren, we deden het. We waren flexibel en daadkrachtig. Ik ben trots op ons team!”


‘Volg je droom’

Manon Ligeon maakt via een andere weg haar droom om arts te worden waar.  Een verhaal over experimenteren, ondernemen, je hart volgen en tóch uiteindelijk dokteren.

Uitgeloot

Toen ik het bericht ontving dat ik uitgeloot was voor de studie Geneeskunde, heb ik even wat tijd voor mezelf genomen om te bedenken wat mijn vervolgstap zou zijn. Eventuele aanverwante studies of vergelijkbare studies, zoals Biomedische Wetenschappen of Biologie, trokken mij niet. Ik wilde niet in het medische wereldje zitten en geconfronteerd worden met het feit dat ik geen arts zou worden. Dat zou mij niet gelukkig maken. Dus ik besloot iets geheel anders te gaan doen en schreef me in voor de opleiding Civiele Techniek aan de Technische Universiteit Delft.

Een ervaring rijker

Eenmaal begonnen aan de opleiding Civiele Techniek vond ik de inhoud van deze studie net iets te statisch. Na het afronden van deze bacheloropleiding had ik een ruime keus aan masteropleidingen en heb ik gekozen voor de master ‘BioMedical Engineering’ en de specialisatie ‘Biomaterials and Tissue biomechanics’. Deze opleiding bood mij de mogelijkheid om twee dingen te combineren die ik erg leuk vond: techniek en geneeskunde. Ik heb daarnaast onderzoek gedaan naar orthopedische implantaten. Deze worden gemaakt van lichaamsvreemde materialen, hetgeen risico’s op infecties met zich meebrengt. Met dit onderzoek heb ik meegeholpen aan de ontwikkeling van een implantaat dat zowel botgroei kan stimuleren als infecties kan voorkomen.

Een moeilijke keuze

Voor één van mijn keuzevakken, genaamd Medical Device Prototyping, mochten we een dagje meelopen met artsen om de technische problemen waar zij tegen aanlopen in kaart te brengen. Met als doel een geschikte oplossing te bedenken en een prototype te ontwerpen. Tijdens één zo’n bezoek kwam ik samen met nog twee andere medestudenten in contact met een KNO-arts. Een bijzondere ervaring die me is bijgebleven, was het meekijken naar één van zijn operaties. We zagen toen een aantal dingen die voor verbetering vatbaar waren en zijn werkzaamheden zouden vergemakkelijken. Uiteindelijk hebben we een tastbaar prototype gemaakt met behulp van een 3D printer.

Na de initiële testen bleek het product voldoende potentie te hebben. Deelname aan een incubator programma heeft er toe geleid dat er interesse bleek te zijn naar ons product vanuit verschillende ziekenhuizen en investeerders. Een van deze investeerders was dusdanig geïnteresseerd dat ze met ons in zee wilde gaan, mits wij onze kennis en kunde zouden inbrengen in de vorm van een startup. Ondertussen hadden we alle drie een baan aangeboden gekregen, waardoor we voor een moeilijke keuze kwamen te staan. Bovendien merkte ik dat in de Medische Technische branche vooral bezig was met het bedenken c.q. ontwikkelen van een product en niet zozeer met het verloop van de patiënt.

Omdat ik het patiëntencontact toch belangrijk vind, besloot ik mij in te schrijven voor de opleiding SUMMA, een zij-instroom Geneeskunde master. Na een zware selectie voor de SUMMA opleiding werd ik toegelaten en stond ik voor de keuze om een startup te gaan leiden, weer te studeren of om te werken als ingenieur. Alles tegelijkertijd doen was geen optie, omdat het runnen van een startup een fulltime bezigheid is. Uiteindelijk heb ik voor SUMMA gekozen, want het was duidelijk dat ik mijn droom om arts te worden niet kon laten varen.

Eindelijk op m’n plek

Ik zit nu in mijn tweede jaar van SUMMA en heb het erg naar mijn zin. Mijn interesses zijn breed, waardoor het nu nog lastig kiezen is welke richting ik uit wil gaan. Ik heb gedacht aan orthopedische chirurgie, omdat ik daar met botimplantaten c.q. protheses aan de slag zou kunnen. Andere richtingen zijn ook een optie zolang ik ernaast onderzoek kan blijven doen, om zo toch de brug naar de techniek te maken. Maar belangrijker nog, hoop ik dat ik een goede arts mag worden: de patiënt in goede gezondheid mag brengen en houden, goed blijven luisteren naar en rekening houden met de patiënt.

Om veel ervaring met patiënten op te kunnen doen, ben ik bij TalentCare gaan werken in de thuiszorg. Een studiegenoot heeft me hier enthousiast over gemaakt en ik kon op deze manier klinische ervaring op doen die ik nog miste toen ik net aan SUMMA begon. Ik heb in de thuiszorg veel praktische dingen meegekregen die je als arts niet zo snel zal uitvoeren en toch nuttig kunnen zijn. Wat ik tot dusver geleerd heb van mijn loopbaan is: “When you stumble, make it part of the dance.”

Huisarts Jessika v/d Velde

Het roer om: van gynaecologie naar huisarts in opleiding

Twee keer werd ANIOS Jessika van der Velde (32) afgewezen voor de opleiding tot gynaecoloog. Een flinke tegenvaller. Ze besloot verder te kijken naar andere vakgebieden en gooide het roer om. Nu gaat ze in opleiding tot huisarts. Hoe wist zij succesvol de switch te maken?

Gynaecoloog worden was altijd al mijn droom. Het leek me geweldig om relatief jonge en gezonde mensen te behandelen in een bijzondere tijd van hun leven. Daarom begon ik na mijn studie geneeskunde als ANIOS Gynaecologie in een ziekenhuis.

Deuk in zelfvertrouwen

Drie jaar geleden solliciteerde ik voor het eerst naar een opleidingsplek tot gynaecoloog. Zonder succes: ik werd afgewezen. De commissie vond dat ik niet genoeg van mezelf had laten zien. En zag het als een minpunt dat ik niet gepromoveerd was. Mijn zelfvertrouwen liep een flinke deuk op.

Ondertussen werkte ik als ANIOS harder dan ooit. Ik wachtte op een tweede kans. Die kwam vorig jaar. De druk was hoog, ik hoopte zo dat het nu wel zou lukken. Maar wéér werd ik het niet. Een klap in mijn gezicht. Mijn werkgever gaf me vijf dagen vrij, want zodra ik erover praatte, begon ik al te huilen.

“De afwijzingen maakten me onzeker”

Afscheid nemen

Mijn werk als ANIOS kostte me steeds meer energie. De afwijzingen hadden me onzeker gemaakt. Ineens overlegde ik vaker met collega’s of controleerde dingen twee keer. Vorig jaar nam ik mijn moeilijkste beslissing ooit: ik nam definitief afscheid van het vak gynaecologie.

Ja, en dan? Op aanraden van mijn mentor in het ziekenhuis bezocht ik een werkcoach. Zij stelde me vragen als: welke aspecten van de gynaecologie vond je zo leuk? En in welke andere specialismen vind je die terug? Ook raadde ze me TalentCare aan: een betrokken werkgever, die me verder kon begeleiden bij mijn proces.

Nieuwe paden bewandelen

Door de gesprekken met mijn coach ontdekte ik dat de rol als huisarts misschien iets voor mij was. Ik besloot een dag mee te lopen in een huisartsenpraktijk. Er ging een wereld voor me open. De diversiteit aan patiënten vond ik heel interessant: van baby’s tot mensen van negentig jaar oud. En ik zag voor het eerst mannelijke patiënten!

Ik merkte ook dat je als huisarts heel zelfstandig werkt. Dat je kleine medische ingrepen mag doen of palliatieve zorg verleent. Wauw, dit werk was zo afwisselend! Deze dag gaf me kracht en nieuwe hoop.

Omdat ik alleen in een ziekenhuis had gewerkt, leek het me verstandig meer ervaring op te doen in de eerstelijnszorg. Ik startte als ANIOS Ouderengeneeskunde bij TalentCare. Ook wilde ik solliciteren voor een opleiding als huisarts. Maar wat als het weer niet lukte? De managers van TalentCare hielpen me mijn onzekerheden aan te pakken. Zij boden een luisterend oor. En hielpen me met mijn sollicitatiebrief en het voorbereiden van de sollicitatiegesprekken.

“Durf hulp te vragen van een professional”

Driemaal is scheepsrecht?

Deze sollicitatie verliep anders dan verwacht: tijdens het sollicitatieproces brak de coronacrisis uit. De sollicitatiegesprekken werden vervangen door een loting. Je raadt het al, ik werd niet geplaatst. Pure pech. Maar die afwijzing voelde wel als klap nummer drie.

Nog geen week later kreeg ik een telefoontje van de huisartsenopleiding. Omdat iemand had afgezegd was ik alsnog geplaatst. Ik kon het bijna niet geloven. Eindelijk valt alles op z’n plek: ik word huisarts!

De afgelopen periode was een rollercoaster aan emoties. Mijn tips voor anderen? Durf hulp te vragen aan een professional, zoals een coach. Dankzij mijn coachingsgesprekken en de begeleiding van TalentCare vond ik mijn vertrouwen terug. In mezelf én in de toekomst. Dat gun ik iedereen.
TC verpleegkundige Suzanne Schuurman

Mijn werk bij de GGD voelt als één groot avontuur

Voor Suzanne Schuurman (32) was het een zoektocht naar de juiste werkplek. Dankzij de hulp van TalentCare vond ze haar droombaan: verpleegkundige op de verslavingsafdeling van de GGD. Wat maakt dit werk voor haar zo leuk? Waar liggen de uitdagingen? En wat zijn haar toekomstplannen? Suzanne vertelt er openhartig over in haar blog

Sinds twee jaar werk ik bij TalentCare. Momenteel als verpleegkundige op de verslavingsafdeling van de GGD. We helpen bijvoorbeeld verslaafde dak- en thuislozen met mislukte afkickpogingen van heroïne of methadon. Mijn werk is heel gevarieerd, de dag kan alle kanten op gaan. Dat maakt het interessant.

Poppetje in het ziekenhuis

Voordat ik bij TalentCare aan de slag ging, was ik verpleegkundige op de acute opname afdeling in een ziekenhuis. Hoewel ik de hectiek en diversiteit op de afdeling leuk vond, voelde ik me al snel een poppetje in een grote organisatie.

Ik heb de master Management Policy Analysis and Entrepreunership in Health and Life Sciences (MPA) gevolgd en wilde meedenken op beleidsniveau. Bijvoorbeeld over hoe we in het ziekenhuis efficiënter konden werken. Door de hiërarchische werksfeer kreeg ik hier geen ruimte voor. Ik was er in de ogen van mijn leidinggevenden puur voor het toepassen van de zorg. Frustrerend vond ik dat.

Adviserende en maatschappelijke rol

In diezelfde periode kreeg ik contact met een oud-studiegenoot die als manager bij TalentCare werkte. Voor hem was ik niet zomaar een verpleegkundige: hij keek naar mij als mens. En stelde vragen als: wat vind jij belangrijk? Wat maakt jou blij? Die persoonlijke benadering sprak me aan.

Tijdens mijn eerste opdracht werkte ik als kwaliteitsverpleegkundige voor een verpleeghuis. Ik was blij dat ik mijn opgedane kennis kon gebruiken, maar merkte ook dat ik het contact met patiënten miste. Ik maakte dat gevoel bespreekbaar met een manager van TalentCare. Al snel vond hij een functie voor me als verpleegkundige op de verslavingsafdeling van de GGD. Hier viel alles samen: zowel een adviserende als een maatschappelijke rol.

“Het leek mij lastig om een band op te bouwen met verslaafde patiënten”

Vertrouwen opbouwen

Mijn werk bij de GGD is opgedeeld in verschillende diensten. Ongeveer anderhalve dag per week houd ik toezicht op de medische methadon- en heroïnebehandeling. Sommige patiënten komen hier al jaren. Ik vond het in het begin heftig om te zien hoe iemand heroïne gebruikt als ‘medicatie’. En ik vroeg me af: hoe moet ik een band opbouwen met deze patiënten? Het leek mij lastig om contact te maken.

Dat leerde ik gelukkig op mijn spreekuurdagen. Hier behandel ik ongeveer veertig verslaafde patiënten op sociaal-maatschappelijk, psychisch en fysiek gebied. Ik help ze bijvoorbeeld bij het zoeken van een baantje, of met hun medicatie. Patiënten met zware klachten zie ik wekelijks. Daar bouw ik een sterke band mee op. Sommigen hebben een licht verstandelijke beperking of spreken de taal nauwelijks. Dat is lastig communiceren. Door goed naar ze te luisteren en veel door te vragen, probeer ik wederzijds vertrouwen op te bouwen.

Complexe zorgvragen

Ten slotte heb ik omloopdiensten, bijvoorbeeld bij de Maatschappelijke en Geestelijke Gezondheidszorg (MGGZ). Hier kun je van alles verwachten: van collega’s met vragen over de dosering van medicijnen tot mensen die net uit detentie komen en hulp nodig hebben bij het vinden van een nieuwe huisarts.

Tijdens zo’n dienst behandel ik ook complexere zorgvragen. Laatst kwam er een dakloze man met een Roemeense achtergrond langs. Hij sprak slecht Nederlands en gaf aan dat hij verslaafd was aan methadon. Na een urinecontrole bleek de test negatief. Wat bleek? Hij wilde gewoon hulp bij het vinden van onderdak, maar wist niet hoe hij dat moest aanpakken zonder papieren. Toen heb ik hem doorverwezen naar een maatschappelijk werker.

Terugvallen door coronamaatregelen

De coronacrisis heeft grote gevolgen voor de patiënten van onze afdeling. Sommigen hebben een terugval gehad. Zeker in het begin moesten we het contact beperken en gaven we patiënten soms voor twee weken methadon mee. Niet iedereen gebruikte dat verstandig. Sommige patiënten verkochten het op straat.

Ook het spreekuur moest telefonisch plaatsvinden. Dat is verre van ideaal voor deze doelgroep, omdat je sociaal gewenste antwoorden krijgt. En niet iedereen heeft een telefoon. Gelukkig mogen we nu stap voor stap onze deuren weer openen.

“Als je wakker ligt van werk, is het tijd om iets te veranderen”

Het avontuur tegemoet

Ik zit helemaal op mijn plek bij de GGD. Het voelt als een groot avontuur. Waarom ik dit werk zo leuk vind? De afwisseling past goed bij me. Het is soms een puzzel om voor patiënten de juiste hulp te vinden. Het geeft me veel energie als dat lukt.

Ook biedt de GGD veel doorgroeimogelijkheden. Sinds ik als verpleegkundige in Botswana en Namibië werkte, ben ik geïnteresseerd in infectieziekten. Ongeveer 94% van de patiënten in het overheidsziekenhuis had hiv. Het lijkt me mooi om deze kennis ook in Nederland te gebruiken om mensen te helpen. En de combinatie van chronische zorg bij een moeilijk bereikbare doelgroep vind ik interessant.

Tip voor andere zorgmedewerkers

Het heeft even geduurd, maar ik heb mijn droombaan gevonden. Mijn tip voor andere zorgverleners die zoeken naar hun droombaan? Blijf dicht bij jezelf. Als je wakker ligt van werk, is het tijd om iets te veranderen. Wees niet bang om verder te kijken, want er is heel veel mogelijk in de zorg. En vraag hulp aan de mensen van TalentCare. Zij kunnen je goed helpen bij het vinden van de juiste werkplek. Daar ben ik ze zelf eeuwig dankbaar voor.
Yvo Kuca Arts

Ethische dilemma’s zijn dagelijkse praktijk in de zorg

Ga je iemand nog reanimeren als de overlevingskans klein is? Hoe bepaal je wie het meeste recht heeft op een ic-bed? En mag je iemand met een verslaving gedwongen opnemen? Medisch-ethische dilemma’s hebben Yvo Kuca (27) altijd geïnteresseerd. Daarom begon hij aan een master Filosofie van de Natuur- en Levenswetenschappen. Toch besloot hij na ruim een jaar te stoppen. Hij vertelt over de moeilijke medische dilemma’s en lastige persoonlijke beslissingen.

Ik werk nu zo’n twee maanden als basisarts Psychiatrie bij een ggz-instelling in Tiel. Twee dagen per week werk ik op de polikliniek ADHD en autisme; één dag per week op de crisisdienst voor acute psychiatrie. Die combinatie bevalt me goed. Iedere dag is anders.

Persoonlijke begeleiding

Voordat ik bij TalentCare ging werken, was ik afdelingsarts in de ouderenpsychiatrie. Net na mijn start viel de psychiater uit. Ineens had ik de verantwoordelijkheid over een hele afdeling. Voor noodzaken kon ik een waarnemend psychiater bellen, maar dat was iedere dag iemand anders. Bovendien kende diegene de patiënten niet goed. Hoewel het werk zelf leuk was en ik veel geleerd heb, was de werksfeer onveilig. Begeleiding kreeg ik amper.

Werken bij TalentCare is nu een verademing. Hier krijg ik persoonlijke begeleiding, heb ik collega’s om mee te sparren en word ik geholpen het beste uit mezelf te halen. Vooral het gebrek aan hiërarchie vind ik geweldig. Al snel ging ik mee op wintersport. Stond ik daar ineens tijdens de après ski ideeën uit te wisselen met de grote baas.

Deeltijdmaster Filosofie

Ik deed lange tijd veel tegelijk. Naast mijn vorige baan volgde ik een deeltijdmaster Filosofie van de Natuur- en Levenswetenschappen aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Ik werd geïnspireerd door een oud-collega, die de studie ook deed. Ik was meteen enthousiast. Ethiek heeft me altijd geïnteresseerd.

De tweejarige master is speciaal bedoeld voor studenten met een niet-filosofische achtergrond die verdieping zoeken in hun eigen vakgebied. Het eerste jaar volg je filosofische basisvakken, het jaar daarna stel je zelf een vakkenpakket samen.

“Als zorgverlener kom je soms voor moeilijke ethische keuzes te staan”

Medisch-ethische kwesties

Tijdens mijn studie Geneeskunde kwam ethiek ook voorbij. Niet als vak op zich, maar in de vorm van opdrachten. Dan moest je bijvoorbeeld met een groepje een moreel beraad schrijven. Iedereen was druk, dus dat moest snel, snel. Terwijl ik er dan graag nog wat dieper over nadacht. Vaak bleef ik achteraf met vragen zitten. Daarom zocht ik extra verdieping.

Als zorgverlener kom je soms voor moeilijke ethische keuzes te staan. Tijdens de coronacrisis al helemaal. Welke patiënt krijgt voorrang op acute zorg? Ga je iemand nog reanimeren? Of opnemen op de ic? Maar ook: mag je medische gegevens van een patiënt uitwisselen?

Complexe gesprekken

Ethiek is ook een individuele kwestie, heb ik gemerkt. Iedereen kijkt weer op een andere manier naar het leven. En hecht waarde aan andere zaken. Ik voer soms complexe, maar interessante gesprekken met patiënten en hun familie.

Het is belangrijk je overwegingen goed en duidelijk uit te leggen. Stel dat je reanimatie niet meer verstandig vindt. De kans dat iemand een kasplantje wordt, is te groot. Terwijl de familie nog wel wil reanimeren. Dat is ontzettend moeilijk, maar ook boeiend. Protocollen werken hier niet. Je moet in gesprek gaan: niet alleen met familieleden, ook met je collega’s en de patiënt zelf. Ik heb hiervan geleerd dat er niet één juiste beslissing is. Je moet samen overleggen en goed naar elkaar luisteren.

Gedwongen opnames

Ook in mijn huidige functie in de psychiatrie sta ik voor medisch-ethische dilemma’s. Als iemand verward is en een gevaar voor zichzelf of anderen vormt, kan iemand gedwongen opgenomen worden. Dit gaat nogal eens tegen de wil van een patiënt in. Juridisch is dat een lastig punt.

Ik ben blij dat de administratieve controle in Nederland groot is. Als iemand gedwongen opgenomen wordt, checken verschillende instanties of dat juist is. Er komt zelfs een rechter bij te pas. Samen bekijk je: krijgt een patiënt de beste zorg door zo’n maatregel? En klopt het wettelijk wat we doen?

In zo’n situatie moet je secuur handelen. Netjes en goed beargumenteren waarom jij achter een bepaalde keuze staat. En waarom je handelen volgens jou moreel juist is. Tijdens mijn master Filosofie heb ik geleerd beter te redeneren. En andermans argumenten beter te herkennen. Dat is belangrijk. Medisch-ethische kwesties zijn gezamenlijke afwegingen. Je moet laveren tussen wat in jouw ogen de beste zorg is en de wensen van de patiënt en zijn familieleden.

“Hoe geweldig ik mijn studie ook vond, het werd toch te veel”

Moeilijke beslissing

Hoe geweldig ik mijn studie ook vond, het werd toch te veel. Ik maakte veel overuren op mijn werk en kwam iedere dag vermoeid thuis. Langzaamaan liep ik een achterstand op. De tentamens lukten nog wel, maar de papers stelde ik telkens uit. Zelfs toen ik in januari en februari vrij nam voor tentamens en papers, lukte het me niet de achterstand in te halen. Ik had de werkdruk onderschat.

Daarom heb ik in april besloten om te stoppen met de master. Dat was een moeilijke beslissing. Nu voel ik een enorme rust. Ik werk parttime, krijg goede begeleiding en zit op de juiste plek.

Ik wil zoveel mogelijk uit mijn huidige baan halen. Uiteindelijk zie ik mezelf wel op het Ministerie van Volksgezondheid werken en preventief gezondheidsbeleid maken. Dan komt mijn opgedane filosofische kennis goed van pas.

Goed luisteren

Tot die tijd kan ik mijn kennis hopelijk delen in de vorm van een tip voor andere beginnende artsen. Sta je ook voor een ethisch dilemma? Praat met elkaar over dingen die je moeilijk vindt. Wees niet bang om je eigen mening te uiten, maar luister ook goed naar je collega’s, je patiënten en hun familieleden. En sta open om je mening bij te stellen als dat nodig is.”
Zorg held Wonnie Lo-A-Foe

Door de coronacrisis leerde ik beter samenwerken met collega’s en familieleden van patiënten

Voor ANIOS Ouderengeneeskunde Wonnie Lo-A-Foe (32) was de coronacrisis zwaar, maar ook leerzaam. Het bezoekverbod in haar verpleeghuis zorgde voor een andere manier van samenwerken. Met familieleden van patiënten en met zorgverleners van andere disciplines. Hoe heeft Wonnie deze periode ervaren?

Ik werk sinds anderhalf jaar als ANIOS in een verpleeghuis voor dementerende ouderen. Een doelgroep die regelmatig bezoek ontvangt. Soms zelfs dagelijks. In de eerste weken van de coronacrisis stelde het kabinet een bezoekverbod in verpleeghuizen in. Dat zorgde in eerste instantie voor een enorme chaos.

Zelf was ik ook huiverig voor de gevolgen van het bezoekverbod. Ik had honderd vragen tegelijk: hoe vertellen we dit aan onze bewoners? Hoe leveren we dezelfde kwaliteit van zorg? En hoe begeleiden we de bewoners in de terminale fase?

Families blijven betrekken

Ook bij de families merkte ik onrust. Ik was veel tijd kwijt aan telefoontjes beantwoorden. Soms vroegen wanhopige familieleden van patiënten of we een uitzondering konden maken voor het verbod. Dat was heftig. En beeldbellen was een oplossing, maar bijvoorbeeld niet voor patiënten die niemand meer herkenden. Zij begrepen dat niet.

De nieuwe manier van samenwerken vond ik een uitdaging. Zeker in de terminale fase. Door het bezoekverbod waren de families op ons aangewezen. Hoe kon ik ze blijven betrekken? Want een familielid dat regelmatig langskomt, ziet zelf hoe een patiënt achteruitgaat. Dat helpt bij het acceptatie- en verwerkingsproces.

Nu langskomen niet meer kon, merkte ik dat het hielp om familieleden letterlijk te vertellen hoe een patiënt erbij lag. Bijvoorbeeld: “Meneer is veel afgevallen en hangt veel in zijn stoel.” Of: “Meneer eet niet meer en ligt er apathisch bij.” Zulke beeldende beschrijvingen kunnen familieleden helpen bij de verwerking.

”Door het bezoekverbod raakte de vrouw van een patiënt in paniek”

Regie durven pakken

Het bezoekverbod leidde ondanks veel verdriet ook tot één bijzondere situatie. Eén van onze dementerende bewoners was al ruime tijd aan het verzwakken. Ik wist: hij is op. Zijn partner kon niet accepteren dat het slechter ging en bezocht hem voor de coronacrisis elke dag. Tijdens die bezoeken forceerde ze haar man met een zelfbedachte methode om te eten. De verpleging stond hier niet achter, omdat de patiënt bij hen vaak eten weigerde door zijn kiezen op elkaar te klemmen. Maar bij zijn vrouw hield hij zich groot.

Door het bezoekverbod raakte zijn vrouw in paniek. Ze had het heel moeilijk. Konden we geen uitzondering voor haar maken? Ik hoorde de wanhoop in haar stem. Maar we moesten streng blijven. Vanaf het bezoekverbod ging de patiënt verder achteruit: hij verslikte zich veel en verslechterde mentaal. Ik belde dagelijks met zijn vrouw. Legde uit dat haar partner echt niet meer verder wilde. Dat hij mentaal niet meer de man was van vroeger. En dat het gevaarlijker werd om te eten, omdat hij zich steeds verslikte.

Door deze gesprekken groeide haar vertrouwen in mij. Ze durfde de controle stap voor stap los te laten. Haar machteloosheid maakte plaats voor acceptatie van de realiteit. Uiteindelijk was ze bij het afscheid van haar partner. Ik merkte tijdens het nazorggesprek dat ze berusting had gevonden. Ze vertelde me hoe mooi ze de laatste dagen van haar man had ervaren. Eindelijk kon ze beginnen met rouwen. Dat vond ik heel bijzonder.

Ik heb hiervan geleerd dat ik meer de regie mag pakken. Hoewel ik de familie vaak betrek bij de besluitvorming, moet ik als arts soms medisch zinvolle beslissingen maken. Het gaat tenslotte om het welzijn van de patiënt. Als ik terugkijk, had ik misschien eerder een gesprek over het loslaten moeten voeren. Waarschijnlijk voelde ze veel druk door die dagelijkse bezoeken. Dit had haar en haar man eerder rust kunnen geven.

“Ik was bezig met het vakgebied van mijn collega’s”

Signaalfunctie

Om het besmettingsgevaar te minimaliseren, werkten collega’s zoals de psycholoog, diëtist, fysio- en ergotherapeut verplicht op afstand. Dat vond ik in het begin lastig, want zij pikken essentiële signalen op. Ze zien tijdens een sessie bijvoorbeeld dat een bewoner struikelt, of verward gedrag vertoont. Door hun observaties krijg ik normaal gesproken een vollediger beeld van een patiënt.

Omdat ikzelf wel op de locatie werkte, werden ze rollen omgedraaid: ik kreeg de signaalfunctie. Ik ben perfectionistisch aangelegd, dus deze nieuwe taak zorgde best voor wat onzekerheid.

Als arts wil ik het vaak zelf doen, maar door deze samenwerking móest ik wel om hulp vragen. Daarom pakte ik sneller de telefoon op. Bijvoorbeeld om de fysiotherapeut advies te vragen als ik iemand moeilijk zag lopen. Wat kan ik in zo’n situatie doen? Waar moet ik op letten? Door te overleggen kwamen we tot de conclusie dat pantoffels een goede ondersteuning konden bieden. Dankzij zulke gesprekken kreeg ik inzicht in het werk van mijn collega’s. En kan ik voortaan beter op zulke problemen inspelen.

Vertrouwen

Inmiddels keert de rust terug bij de locatie. En is er tijd voor reflectie. Ik ben echt heel trots op mijn collega’s. We hebben ons zo snel aangepast aan de situatie. Dat vind ik indrukwekkend. En ik durf ook te zeggen dat ik trots op mezelf ben. Ik heb veel structuur nodig, maar ben een stuk flexibeler dan ik dacht. Ik durfde de controle zelf iets meer los te laten. En te vertrouwen op het advies van mijn collega’s. Door deze nieuwe manier van werken is ons team nu nog sterker. Ik voel me een completere arts.

Zorgheld Katinka: “We behandelen bijna twee keer zoveel patiënten als normaal”

De versoepeling van de coronamaatregelen zorgt voor nieuwe uitdagingen, merken de artsen en verpleegkundigen van TalentCare. Katinka Portegijs (24) begon een week voor de intelligente lockdown als ANIOS in de geriatrische revalidatiezorg. Hoe is het om tijdens de uitbraak van een pandemie met je eerste baan als arts te starten? En hoe gaat het nu met deze #zorgheld?

Hoe kijk je terug op je start in crisistijd?

“Ik begon op 9 maart. Een week later ging het verpleeghuis helemaal op slot. Dat was bizar. Tegelijkertijd wist ik niet beter. Dit is mijn eerste baan als arts, alles is nieuw voor me. Dat heeft misschien als voordeel dat ik me wat makkelijker kan aanpassen aan de nieuwe situatie. Wat ook helpt, is dat mijn supervisor op dezelfde afdeling werkt als ik. Doordat ik veel met haar kon overleggen, waren de eerste weken niet meteen zo overweldigend voor me.”

Hoe is de situatie op je werk nu?

“Je ziet dat iedereen meer gewend raakt aan de protocollen. Dat geeft rust. Aan de andere kant heeft het aantal patiënten hier het toppunt bereikt. Wij zijn de enige revalidatielocatie die open is in de regio Noord- tot Noord-Midden-Limburg. We behandelen bijna twee keer zoveel patiënten als normaal.

“In quarantaine zitten is nog heftiger als je omgeving wel steeds meer mag”

Onze doelgroep is kwetsbaar. Het zijn vooral ouderen, die hier revalideren na een herseninfarct of een heup- of knieoperatie. Ze komen vanuit het ziekenhuis naar ons en zijn dus allemaal ‘verdacht’. Dat betekent dat elke patiënt op een eigen kamer in quarantaine zit. Alleen voor therapie mogen ze even van die kamer af. Dat is heftig. Helemaal als je omgeving wel steeds meer mag door de versoepeling van maatregelen. Sommige patiënten wilden spontaan met ontslag, zo gek werden ze van het opgesloten gevoel.”

Hoe kijk je als zorgverlener naar die versoepeling van maatregelen?

“Dat is een continue tweestrijd. Ik gun het onze patiënten van harte om buiten weer een frisse neus te kunnen halen. Maar de crisis is nog niet voorbij. Het moet echt verantwoord kunnen. Onze afdeling zit nog steeds helemaal op slot. Gelukkig kunnen patiënten wel bezoek ontvangen achter een glazen deur. Daar knappen ze echt van op.

Zelf ben ik nog steeds heel alert en voorzichtig. Ik ben pas verhuisd en wil nog wat spullen kopen bij Ikea. Maar als ik hoor wat voor rijen daar staan, denk ik: het kan nog wel even wachten.”

Welke tip heb je voor andere startende artsen in deze tijd? 

“Laat alles over je heen komen en denk aan je rust. Zelf doe ik dat ook zoveel mogelijk. Ik kan in principe volop aan de slag met klusjes in mijn huis, maar kies er nu liever voor om even in de tuin te zitten. En besef dat de eerste weken op een nieuwe werkplek altijd intens zijn. Het is oké om je collega’s om hulp te vragen. Of je supervisor. Daar heb je ze voor.”

Zorgheld Danice: “Ik voelde me soms meer rechter dan arts”

De coronamaatregelen zijn inmiddels wat versoepeld, maar de artsen en verpleegkundigen van TalentCare zijn nog steeds keihard aan het werk. Wat doet de coronacrisis met onze #zorghelden? En hoe blijven ze goed voor zichzelf zorgen? Dit keer: ANIOS Ouderengeneeskunde Danice Smetsers (28).

Hoe is de situatie nu op je werk?

“Ik werk in verschillende verpleeghuizen in Noord-Limburg, een zwaar getroffen regio. Tot nu toe lijken mijn afdelingen de dans gelukkig te ontspringen. Maar op andere locaties van de organisatie waar ik werk, zijn wel veel bewoners besmet geraakt met het coronavirus.

De eerste weken waren chaotisch. Vooral onder de verzorging was er veel paniek, onrust en angst. Protocollen werden telkens aangepast. Tijdens spoeddiensten was ik veel bezig met vragen beantwoorden. Wanneer moeten we testen en wanneer niet? Welke beschermingsmaatregelen gebruiken we? Wanneer moet iemand in isolatie? Alsof ik ineens op een telefooncentrale werkte.

“Bezoek is menselijk, dat gun je iedereen”

Inmiddels is het wat rustiger. De reguliere zorg komt weer op gang. Dat zorgt voor nieuwe uitdagingen. Is een behandeling op dit moment noodzakelijk? Of kan het nog even uitgesteld worden? En wat doen we na een ziekenhuisopname: gaat iemand in isolatie op de eigen kamer? Of tijdelijk naar een aparte opnameafdeling? Verhuizingen kunnen verwarrend zijn voor dementerende bewoners, maar isolatie in eigen kamer zorgt soms weer voor gedragsproblemen. Per bewoner moeten we dus inschatten wat het beste werkt.” 

Wat doet dat met je als zorgverlener?

“Met de stress valt het gelukkig mee. Wat ik wel lastig vind: de afweging maken op welk moment een bewoner in de terminale fase bezoek mag ontvangen. Soms weet je dat iemand achteruitgaat, maar is het moeilijk in te schatten hoe lang de patiënt nog heeft. Afgelopen week is een aantal bewoners overleden. Niet aan corona, trouwens. Eén keer ontstond er een discussie met de manager over het toelaten van bezoek. Dat is lastig. Je wilt niet voor zulke keuzes komen te staan. Ik voel me op zo’n moment meer rechter dan arts. Bezoek is menselijk, dat gun je iedereen.”

Hoe laad je op na een lange dag?

“Ik moet een uur rijden voordat ik thuis ben. In de auto zet ik de muziek hard om mijn hoofd leeg te maken. Thuis bespreek ik mijn dag vaak met mijn vriend. Bij hem kan ik mijn ei kwijt. Daarnaast vind ik steun bij collega’s en supervisors, zowel op de afdelingen als bij TalentCare. Inmiddels spreek ik ook weer wat vaker af met vrienden. Van sociale contacten krijg ik ook energie. En ik sport af en toe.”

Waar ben je het meest trots op in deze tijd?

“Hoe iedereen zijn schouders eronder zet en er het beste van maakt. Het is hard werken in de ouderenzorg, maar we proberen de sfeer erin te houden. Er wordt van alles georganiseerd. Een modeshow, kappersbeurten en spelletjes. De bewoners genieten enorm van die extra aandacht. Het is leuk om te zien hoe zo’n moeilijke situatie mensen ook weer creatief maakt.

Korte presentaties om prangende vragen te beantwoorden | Het verbeterinitiatief van Belal Nasimi

Op de middelbare school gaf arts Belal Nasimi (27) af en toe bijles in bètavakken. Nog steeds vindt hij het leuk complexe onderwerpen voor iedereen begrijpelijk te maken. Dat kwam goed uit: zijn collega’s hadden wel behoefte aan wat extra scholing. Dus besloot Belal iedere week een korte presentatie te organiseren. Om prangende vragen te beantwoorden én om successen te vieren.

In de verslavingskliniek waar Belal werkt, krijgen patiënten dagelijks therapie en voorlichting. Het viel hem op dat er voor het team zelf weinig leer- en reflectiemomenten georganiseerd werden. “Tijdens mijn opleiding en coschappen kregen we het ene na het andere leermoment”, vertelt Belal. “Dat miste ik hier.”

Verschil in achtergrondkennis

De verpleegkundigen en sociotherapeuten hadden wel behoefte aan meer achtergrondkennis over hun vakgebied. Regelmatig zochten ze Belal op met vragen over medicatie of labuitslagen van bloedonderzoek. “Het verschil in medische kennis is best groot”, weet de arts. “Sommige verpleegkundigen werken al jaren in de zorg. Zij weten wanneer ze met een labuitslag bij de arts aan de bel moeten trekken. Of wanneer het wel even kan wachten.”

Anderen hebben een onderwijsachtergrond of een creatieve opleiding. “Zij vragen bij een kleine bloedafwijking sneller om hulp”, merkt Belal. “Dat is niet erg, daar ben ik arts voor. Ik maak er graag tijd voor vrij.” Toch kon het delen van kennis efficiënter. Kon hij hier geen verbeterinitiatief van maken? 

Laagdrempelig, leuk en leerzaam

Belal peilde bij zijn collega’s of ze interesse hadden in meer verdieping, in de vorm van wekelijkse presentaties. “Het is allesbehalve verplicht om te komen”, stelt de jonge arts voorop. “Gelukkig reageerde iedereen enthousiast.”

Belal vroeg de verpleging een lijst te maken van onderwerpen waar ze meer over wilden weten. “Ik vond het belangrijk dat mijn collega’s de onderwerpen zelf inbrachten. Dan is zo’n presentatie relevanter.”

Het onderwerp van de presentatie maakt hij van tevoren bekend. Zo kunnen collega’s zelf bepalen of ze aanwezig willen zijn. Even in- en uitlopen kan ook. Daarnaast zorgt Belal voor wat lekkers: een ideetje van zijn manager bij TalentCare. “Het is immers bedoeld als een leuk en leerzaam moment.”

“Als ik weinig weet over een onderwerp, schakel ik een expert in”

Maximaal tien minuten

Begin februari vond de eerste presentatie plaats. Op woensdag, tijdens de middagoverdracht. “Dat leek me een handig moment, want dan kon zowel de dagdienst als de avonddienst aansluiten.” Het onderwerp van de presentatie: vitamine D. “Daar hebben veel verslaafde patiënten een tekort aan. Ik legde bijvoorbeeld uit hoe je zo’n tekort herkent, hoe je supplementen geeft en of wat eventuele risico’s zijn.”

Om de informatie behapbaar te maken, dwingt Belal zichzelf om snel ter zake te komen. De presentaties duren maximaal tien minuten. “Dat is soms best een uitdaging. Maar als je te veel de diepte ingaat, verliezen mensen hun concentratie. Nu blijft het laagdrempelig.” Interactie is cruciaal, vindt Belal, dus in die tien minuten krijgen luisteraars ook voldoende tijd om vragen te stellen.

Vindt hij het niet gek om als beginnende arts voor collega’s te staan die soms al veertig jaar in het vak zitten? “Het was even wennen”, lacht hij. “Als mensen tijdens een presentatie met elkaar praten, wil je niet zo’n leraar zijn die telkens ‘Centraal!’ roept. Gelukkig ken ik de meeste collega’s goed en is de sfeer vertrouwd.”

De arts wil ook niet elke keer zelf aan het woord komen. “Als ik weinig weet over een bepaald onderwerp, schakel ik een expert in.” Zo wilde de verpleging meer weten over eetstoornissen bij patiënten. Belal nodigde toen een psycholoog uit om daar wat over te vertellen.

Complimenten en successen delen

De onderwerpen zijn niet alleen vakinhoudelijk. “Ze zijn ook bedoeld om te delen wat goed gaat en om elkaar complimenten te geven”, vindt Belal. “Ons werk is niet gemakkelijk. Sommige patiënten hebben suïcidale neigingen. Als een verpleegkundige dan goed gehandeld heeft, moeten we daarbij stilstaan, vind ik. Bij de patiënten vieren we successen altijd, maar dat mogen we ook vaker bij onszelf doen.”

Een verpleegkundige wordt dan in het zonnetje gezet. Belal: “Zo motiveren we elkaar. En dat vergroot ons werkgeluk, denk ik.” Indirect heeft ook de patiënt baat bij de presentaties, vindt hij. “Als zorgverleners meer kennis in huis hebben, begrijpen ze beter van elkaar wat ze doen en waarom. Dat vergroot naast het werkplezier, ook de kwaliteit van zorg.”

Coronacrisis

De presentaties werden goed bezocht, tot de coronacrisis roet in het eten gooide. “We zaten met zo’n tien tot vijftien mensen in een ruimte. Dat kon natuurlijk niet meer. De prioriteiten op het werk verschoven ook. Logisch.”

Belal bekijkt nu of hij de presentaties op afstand kan geven. “Helaas is een live videoverbinding moeilijk te organiseren. En met een vooraf opgenomen videoboodschap verdwijnt het interactieve aspect. Ook zie je met een video minder goed of collega’s je verhaal begrijpen.”

“Ik was meer tijd kwijt aan de voorbereiding dan ik had verwacht”

Het vervolg van zijn verbeterinitiatief

Het is dus nog even afwachten wanneer hij verdergaat met zijn verbeterinitiatief. Dat hij verdergaat, staat vast. “Dan maak ik wel een realistischer tijdschema. Ik was meer tijd kwijt aan de voorbereiding dan ik van tevoren had verwacht.” Verder overweegt hij op te schalen naar twintig minuten per twee weken. “Soms is tien minuten net te kort om alle belangrijke informatie te delen.”

Ook als de situatie op zijn werk straks weer ‘normaal’ is, komt er een moment dat hij zelf vertrekt. Hoe moet het verbeterinitiatief dan standhouden? “Misschien maak ik een soort draaiboek voor mijn opvolger. Ik kan me best voorstellen dat dit woensdagmiddag-moment voortaan bij het takenpakket van de arts hoort.”

Belal kan niet wachten tot hij weer verder kan met zijn verbeterinitiatief. Hetzelfde geldt voor zijn collega’s. “Ik hoor best vaak dat het jammer is dat de presentaties nu stilliggen. Iedereen keek er naar uit. Ik had niet verwacht dat mensen zó positief zouden zijn over een initiatief dat in mijn ogen toch best simpel is”, besluit hij bescheiden. 

Samen, voor iedereen

Het is misschien heel cliché om te zeggen maar een belangrijke reden voor mij om in de zorg te willen werken is dat ik graag met mensen wil werken en iets voor een ander wil doen. Er zijn twee gebeurtenissen uit mijn jeugd die dusdanig indruk hebben gemaakt en mij hebben geïnspireerd om de zorg in te gaan. De eerste heeft te maken met mijn opa. Hij heeft lange tijd in het ziekenhuis gelegen en heeft door nierfalen zijn beide benen verloren. Mijn moeder, die zelf ook in de zorg werkt, is toen veel bij hem geweest en heeft voor hem gezorgd. Daar heb ik grote waardering voor. De tweede gebeurtenis betreft een tante van me. Na een CVA waarbij ze halfzijdig verlamd raakte, kon ze niet meer lopen of praten. Het was erg inspirerend om te zien hoeveel zij in haar revalidatie voor elkaar heeft weten te krijgen. Uiteindelijk loopt ze weer en kan ze weer praten. Dat zou nooit gelukt zijn zonder de goede zorg die ze destijds heeft gehad. Dat vind ik zo mooi aan de zorg. En dat die zorg er voor iedereen is hier in Nederland.
Door: Milan Prosec

Zelf werk ik nu als helpende in een verzorgingshuis bij de revalidatie. De mensen daar kunnen niet meer op alle gebieden voor zichzelf zorgen. Ik ondersteun ze waardoor ze weer zelfstandiger worden. Het is mooi om te zien dat een patiënt, na een paar weken geholpen te zijn, weer zelf vanuit bed op een stoel kan gaan zitten. Ik vind het hoopvol om te zien dat mensen ook beter kunnen worden en niet alleen maar slechter. Omdat er deze periode geen bezoek mag komen probeer ik nu ook wat meer aandacht aan de patiënten te geven. Niet alleen werk gerelateerd, maar gewoon een stukje menselijk contact. In het verzorgingshuis is er een gezamenlijke recreatieruimte, waar je iets kunt eten of drinken of televisie kunt kijken. Vaak zitten de bewoners daar te wachten voordat ze ergens naar toe moeten. Ik zie maar weinig mensen die gewoon even een praatje met de bewoners maken. En ik snap wel dat er weinig tijd voor is. De zorg is erop gericht zoveel mogelijk te doen in zo min mogelijk tijd. Dan schieten zulke dingen erbij in. Terwijl ik merk bij mensen die langer moeten revalideren dat ze zulke gesprekken juist zo missen.

Wachttijd

Mijn studie is tot nu toe prima verlopen. Dit jaar hoop ik mijn bachelor te halen en daarna volgen nog de coschappen. Momenteel is er een wachttijd tot anderhalf jaar om daartoe toegelaten te worden. Door de corona-crisis kan dat misschien nog wel langer duren. Iedereen vult die wachttijd anders in, sommigen gaan een minor doen, of een jaartje backpacken. Ik wil die tijd gebruiken om praktijkervaring in de zorg op te doen om zo mijn carrière wat te helpen. Daarom heb ik bij StudentCare gesolliciteerd.

In mijn eerste gesprek werd me al verteld waar zij voor staan en wat zij willen bereiken en dat sprak me erg aan. Ze noemen zich de zorgverbeteraars en dit betekent voor mij concreet dat ze mij de ruimte geven om mezelf te verbeteren en mijn vaardigheden te ontwikkelen. Handelingen die ik beheers kan ik vast laten leggen in een bekwaamheidsboekje. Dat geeft een mooi overzicht van hoe ik beter word. Daarnaast bieden ze tools die helpen ideeën over hoe de zorg beter zou kunnen bespreekbaar te maken. Met de zorgversneller tool kan ik zulke dingen op mijn werk communiceren met mijn werkgever. Op deze manier wordt ruimte gecreëerd om te praten over verbeteringen zonder dat het overkomt als commentaar of kritiek.

Zorg verbeteren

Wat me verrast is hoe simpel verbeteringen kunnen zijn. Op mijn huidige werkplek hadden ze al hand-sanitizer bij de ingang gehangen voordat de corona-crisis goed en wel was uitgebroken. Dit maakt het mogelijk om bij binnenkomst meteen even je handen te reinigen. Op deze manier wordt het je heel makkelijk gemaakt om de hygiëne te verbeteren. Er blijven altijd wel dingen die beter kunnen. Ook als helpende of verpleegkundige kun je daar een rol in spelen. Misschien niet direct in de dagdagelijkse zorg, maar bijvoorbeeld in de animatie voor de cliënten. Laatst was er een volkszanger op het plein van de instelling komen optreden. Zo konden de mensen via de ramen toch nog genieten van zijn liedjes. Dingen die je opvallen en waarvan je denkt dat ze beter of anders kunnen kun je gewoon aangeven. Soms duurt het misschien even, maar ik geloof dat op deze manier de zorg beter wordt.

Mensen vinden nieuwe manieren om dingen te blijven doen. Er mag bijvoorbeeld geen bezoek komen in verpleeghuizen en zorginstellingen. Sommige van onze patiënten snappen niet goed waarom dat zo is. En dan is het mooi om te zien dat familie en vrienden toch blijven langskomen en de bewoners hen door de ramen kunnen zien. Via de telefoon kunnen ze dan met elkaar praten en krijgen ze toch een beetje bezoek. Ook zag ik laatst een ook filmpje waarin een gemeente hun inwoners had opgeroepen om hun 3d printer in te zetten om onderdelen te maken waarmee spatmaskers voor de zorg mee gemaakt konden worden. Mensen die eigenlijk niets met de zorg van doen hebben maar zich toch inzetten de zorg en dus voor elkaar. Uiteindelijk zullen we het toch samen moeten doen.

Hoopvol

Persoonlijk vind ik de maatregelen wel lastig. Vooral omdat je bij bepaalde mensen niet langs kunt gaan. Het liefst zou ik mijn opa en oma ook elke week wel willen zien, maar gelukkig zijn ze nog handig met de telefoon en is beeldbellen een goed alternatief. Tot deze periode voorbij is zullen we het er het beste van moeten maken, samen. Uiteindelijk komen we hier weer goed uit en het is belangrijk ook de positieve dingen ervan in te zien, de mooie initiatieven die er zijn. Ik vind het mooi te zien dat patiënten ook weer worden ontslagen. Dan zie je een grote opluchting dat ze weer de wereld in mogen.