Blijf kalm en de apotheker lost het op

“Keep Calm and Carry On” luidde de propaganda van de Britse regering in 1939. Het was een poging om het volk voor te bereiden op de naderende Tweede Wereldoorlog. Opmerkelijk, want de toenmalige minister-president Chamberlain was er heilig van overtuigd dat het niet tot een oorlog zou komen. Nu weten we dat deze actie zijn politieke zelfmoord betekende en dat Winston Churchill hem kort daarna opvolgde. De slogan is na Chamberlain voor een diversiteit aan campagnes ingezet, op grote en kleine schaal – denk maar aan vrijmibo aankondigingen als ‘keep calm and have a beer’.

De parallel tussen de politiek van Chamberlain en de geneesmiddeltekorten is makkelijker te maken dan ik bij aanvang van deze column had vermoed. Al vele jaren zien apothekers met lede ogen aan dat tekorten oplopen in hoeveelheid en duur. Iedereen herinnert zich de ellende van het tekort aan Thyrax®. De lijst is oneindig veel langer geworden, maar in 2018 zijn ook zeer veelgebruikte middelen langdurig niet beschikbaar (geweest) zoals temazepam, naproxen en ibuprofen. Recent kwamen daar Sinemet® en uiteraard de meest gebruikte en meest veilige anticonceptiepil bij.

Wij nemen als apotheek een proactieve houding aan

Onlangs liet de NOS weten dat belangrijke geneesmiddelen in Frankrijk niet meer verkrijgbaar waren. We kennen onze zuiderburen als actie bereid en zo bleek ook de Franse Senaat al vrij snel doordrongen van de ernst van dit probleem. De problematiek – en de vermoedelijke oorzaak – is in Nederland min of meer gelijk. Onze Minister voor Medische Zorg kwam echter niet zo daadkrachtig over. Zo informeerde hij de Tweede Kamer dat gebruikers van de pil best een alternatief konden vinden. Dat moesten dan wel pillen met andere werkzame componenten zijn met alle gevolgen van dien ten aanzien van kosten en veiligheid, maar de minister noemde enkel het eerste. Recent deed een collega daar ook enkele interessante uitspraken over in De Volkskrant.

Ik laat het aan eenieder zijn eigen conclusies te trekken, maar wil hierbij een lans breken voor mijn collega’s en mijzelf. De kennis van de farmacologie en de oplossingsgerichte vaardigheden van de Nederlandse apothekers zorgen er namelijk dagelijks voor dat de problemen nog enigszins te beteugelen zijn en er geen serieuze slachtoffers vallen. Wij nemen een proactieve houding aan en bespreken alternatieven met artsen én patiënten. We zoeken oplossingen, maar dat kost uiteraard een hoop tijd, de nodige moeite en soms ook geld. Maar we doen het vrijwel allemaal, omdat het ons past en omdat we vinden dat we een verschil kunnen maken. Het zou alleen niet nodig moeten zijn…

Apothekers, laat een positiever geluid horen!

Het is dankbaar om voor de patiënt te zorgen. Maar tegelijkertijd lopen de tekorten dusdanig op dat het langzamerhand steeds moeilijker is oplossingen aan te dragen op het gebied van patiëntvriendelijkheid, bereikbaarheid en betaalbaarheid. In het verleden is de Nederlandse apotheker vaak – terecht of onterecht – aan de schandpaal genageld. Ik stel nu voor om een positiever geluid te laten horen. De cliënten van de apotheek waar ik werkzaam ben kunnen in elk geval blijven vertrouwen op de aandacht voor zorg van de apotheek. Het is weliswaar vijf voor twaalf geweest, maar blijft u maar kalm: de apotheker lost het op.

Vermijd deze 3 valkuilen als je geneeskunde studeert

Wie arts wil worden, weet dat vaak als kind al. Waar het bij beroepen als brandweerman, politieagent of ballerina vaak om een kinderdroom gaat, lijken de kinderen die arts willen worden het vaak waar te maken. Zo ook Niels Kappelhof. Als vijfjarige wist hij het al: hij zou dokter worden. Zelfs zijn specialisatie als cardioloog had hij als hartpatiënt al uitgekozen. Zijn vastberadenheid gaf hem veel zekerheid tijdens zijn studie, maar zorgde er ook voor dat hij een aantal valkuilen over het hoofd zag. In dit blog vertelt hij waar hij tegenaan liep en wat jij daarvan kunt leren.

De tunnelvisie

Hoewel ik vroeg wist dat ik later dokter wilde worden, had ik tijdens de middelbare school alsnog moeite met keuzes maken. Ik wilde alle opties openhouden, want wat als ik opeens toch geen dokter meer wilde zijn? En wie weet werd ik wel helemaal niet toegelaten bij geneeskunde? Ik koos voor het vakkenpakket Natuur en Gezondheid, met als extra vakken economie en Grieks om mijn opties voor later te vergroten.

Weten wat je wilt kan je gezichtsveld beperken

Zo breed als ik mijn pakket tijdens de middelbare school wilde houden, zo toegespitst doorliep ik de opleiding geneeskunde. Ik wist natuurlijk al wat ik wilde worden en ontwikkelde ongemerkt een tunnelvisie. En ik kan je zeggen, dat is niet de beste manier om een studie van zes jaar te doorlopen. Gebruik je studiejaren om te ontdekken wie je bent en wat je wilt. Het is goed om te weten wat je wilt, maar het kan je (gezichtsveld) ook beperken.

Hoewel ik vroeg wist dat ik later dokter wilde worden, had ik tijdens de middelbare school alsnog moeite met keuzes maken. Ik wilde alle opties openhouden, want wat als ik opeens toch geen dokter meer wilde zijn? En wie weet werd ik wel helemaal niet toegelaten bij geneeskunde? Ik koos voor het vakkenpakket Natuur en Gezondheid, met als extra vakken economie en Grieks om mijn opties voor later te vergroten.

Het cijfervirus

Tijdens mijn coschappen werd ik, zoals vrijwel elke co-assistent, besmet met het cijfervirus. Er wordt je wijsgemaakt dat je hoge cijfers moet halen om indruk te maken op artsen en professoren. Je komt terecht in een omgeving van strebers, waar het draait om presteren en de hoogste cijfers halen. En deze instelling is aanstekelijk. Maar wanneer je later gaat solliciteren zal echt niemand vragen om dat coschap-boekje.

Natuurlijk moet je wel voldoendes halen om je diploma te behalen, maar uiteindelijk zijn cijfers niet het belangrijkste. Wat is dan wel belangrijk? Dat je die coschappen gebruikt om te ontdekken welk vakgebied bij jou past. Wat interesseert en intrigeert je? Wat zijn de dagelijkse bezigheden van specialisten en zie je jezelf dat werk ook doen voor de komende 40 jaar?

Ik zat niet te wachten op iemand die mij ging vertellen wat ik moest kiezen

Het ego

Elke universiteit heeft loopbaanbegeleiders maar ik heb er nooit een bezocht. Ik zat niet te wachten op iemand die mij zou vertellen wat voor keuzes ik zou moeten maken en was ervan overtuigd dat ik mezelf toch wel beter kende. Ik realiseerde me niet dat een loopbaanbegeleider je helemaal niet gaat vertellen welke keuze je moet maken. Zo’n begeleider kan je echter wel helpen je bewustwording te vergroten en helder te maken wat jij belangrijk vindt in het leven en wat bij jou past.

Kortom, ik zeg zeker niet  dat ik ‘fouten’ heb gemaakt, maar ik ben wel enkele valkuilen ingelopen die ik had kunnen zien als ik mijn oogkleppen niet op had. Daar heb ik van geleerd en hoop ik je bij deze voor te behoeden.

Leestip

Als je moeite hebt met keuzes maken, kan het boek ‘The Ultimate Guide to Choosing a Medical Specialty’ van Brian Freeman je wellicht helpen. In dit boek zet Freeman uiteen wat elk specialisme inhoudt, wat voor type mensen er werkzaam zijn, wat hun hobby’s zijn, hoe de arts-patiënt relaties in elkaar zitten en hoe je ervoor zorgt dat je aangenomen wordt in dat specifieke vakgebied. Het boek is gebaseerd op de Amerikaanse gezondheidszorg maar ook zeker relevant voor Nederland.

Ik wil heel graag huisarts worden, maar waar moet ik allemaal aan voldoen?

Als ik mijn moeder mag geloven, weet ik al sinds mijn vierde levensjaar dat ik dokter wil worden. Inmiddels ben ik 25 jaar en afgestudeerd arts. Maar wat nu? Ik weet dat ik huisarts wil worden, maar hoe ga ik dat doel bereiken? Maandelijks blogt Daniëlle, arts bij Talent&Care, over haar vragen en ervaringen als ANIOS in de ouderengeneeskunde.

Het is een vraagstuk dat waarschijnlijk in de hoofden van veel geneeskundestudenten en net afgestudeerde artsen rondspeelt: ik ben (straks) arts, maar wat komt daarna? Voor de één betekent dat een zoektocht naar de best passende specialisatie, voor de ander staat al vast wat hij of zij wil worden en is de vraag eerder: hoe ga je jouw doel behalen? Ik val in die laatste categorie.

‘Je doet je best om aan alle eisen te voldoen, terwijl niet eens vaststaat wat die eisen zijn’

‘Help! ik wil heel graag huisarts worden, maar waar moet ik allemaal aan voldoen?’ Dit is kort samengevat mijn hulpvraag. Antwoord krijgen op die vraag blijkt lastiger dan gedacht. Om mij heen zie ik heel veel huisartsen-in-spé (en specialisten-in-spé) met dit soort vragen worstelen. Als je klaar bent met studeren, word je vrijgelaten in de grote-mensen-wereld. Je doet je best om aan alle eisen te voldoen, terwijl niet eens vaststaat wat die eisen zijn.

Een standaard traject

Ik heb het gevoel dat er een soort standaard traject is ontstaan: doe een jaar ervaring op bij de interne geneeskunde en – als het even kan – het liefst ook nog op de eerste hulp. Dan solliciteer je naar de opleiding en houd je je vingers gekruist. Heb je jezelf goed genoeg ontwikkeld? Én heb je dat voldoende kunnen laten zien tijdens je sollicitatiegesprekken?

Even vooropgesteld: ik heb echt geen probleem met interne geneeskunde en spoedeisende hulp. Sterker nog: het lijkt me hartstikke leuk om in het voortraject nog meer ervaring op te doen. Bijvoorbeeld op een SEH. Mijn punt is, dat dit geen ‘verplichting’ zou moeten zijn.

‘Het huisartsenvak is zo breed, dat er veel relevante vakgebieden zijn, waarin jij je kunt voorbereiden op jouw carrière als huisarts’ 

Het huisartsenvak is zo breed, dat er veel relevante vakgebieden zijn, waarin jij je kunt voorbereiden op jouw carrière als huisarts. Niet iedereen heeft dezelfde punten om aan te werken. En dus kun je na de studie jouw vervolgstappen aanpassen aan jouw ontwikkelpunten. Denk bijvoorbeeld aan competentie ontwikkeling, maar ook aan een eventuele verbreding van je kennis buiten de gezondheidszorg.

Mijn competenties

Mijn gedachtegang heeft zich vertaald naar een traject bij Talent&Care, waarbij ik heb gekozen voor de positie ANIOS ouderengeneeskunde. Voor vier dagen per week. Deze keuze heb ik bewust gemaakt op basis van de competenties, waar ik graag nog aan wil werken: communicatie met patiënten met dementie en de begeleiding van het palliatieve traject. Door mijn werkweek van 4 dagen, heb ik nog een werkdag over voor mijn eigen bedrijf. Ik maak uitleg-video’s voor geneeskunde- en verpleegkundestudenten.

‘Met mijn werkervaring in de ouderenzorg investeer ik in mijn toekomst als all-round huisarts’ 

Bij Talent&Care wordt er naar al mijn vragen geluisterd. Collega’s zoeken mee naar antwoorden, waarbij mijn persoonlijke ontwikkeling centraal staat. Ik vertrouw erop dat ik door mijn werkervaring in de ouderenzorg mijn kansen zo groot mogelijk maak om te worden aangenomen voor de huisartsenopleiding. Én ik investeer in ervaringen, die mij tot een goede all-round huisarts maken.

Geef de zorgverbeteraars meer ruimte in je organisatie!

We kijken graag naar anderen. Wachten vaak eerst af. En blijven dan hopen op die grote wijzigingen die de politiek gaat brengen. Hierdoor ontstaat er geen beweging om de zorg echt te verbeteren. Daarom bij deze een oproep aan alle bestuurders: Haal meer uit de zorgverbeteraars op je eigen werkvloer en geef ze meer ruimte in je organisatie! Zij kunnen namelijk nu al het verschil maken.

Goed, eerst een recap. Als we alle issues in de zorg plat slaan, zie ik twee problemen: 1. tijdsdruk (en dus werkdruk) door meer vraag naar zorg en oplopende personeelstekorten; en 2. financiële druk, ofwel: is het nog betaalbaar op de manier hoe we de zorg nu regelen en waar halen we de benodigde mensen vandaan? Hier is al veel over gezegd dus dat doe ik hier niet. Waarom, ik geloof dat het denken vanuit het huidige systeem niet meer aansluit bij de maatschappelijke en medische realiteit.

Patiënten hebben gedurende de afgelopen eeuw namelijk andere wensen gekregen. Ze willen meer dan ooit persoonlijk maatwerk. Beschikken vaak al over enige (internet)kennis. Bepalen zelf wel of ze behandeld willen worden of niet. Maken eigen afwegingen over waardig lijden en leven. Ga zo maar door. Aan de andere kant zijn zorgverleners niet langer die alwetende zorgprofessionals die voor elke klacht de ultieme remedie hebben. Nee, de diagnose en daaruit volgende behandelopties rollen (nu al en straks helemaal) zo uit de computer. Doordat slimme software en algoritmes, gekoppeld aan wereldwijde medische data, in no time zien wat er met meneer of mevrouw aan de hand is.

Interpretator

Zorgprofessionals moeten in de (nabije) toekomst daarom vooral het verschil maken op menselijk vlak. Invoelend en authentiek menselijk contact tussen zorgverlener en patiënt; dat is waar het – ’t liefst morgen al – om draait. Daar ben ik van overtuigd. Zeker als de medische kennisontwikkeling zo hard gaat dat geen student of arts de vernieuwingen meer kan bijbenen – ook al denkt men dat nu nog wel. Dan wordt zorg verlenen een kwestie van samen optrekken met de patiënt. Om dan eveneens samen de juiste afwegingen te maken na interpretatie van alle gegevens. Een afweging tussen kans op herstel en persoonlijke levenskwaliteit tijdens en na de behandeling. De zorgverlener wordt dus een interpretator: iemand die op basis van technologie aan de ene kant en intermenselijk contact aan de andere kant interpreteert. Om daarna echt samen met de patiënt af te wegen en te besluiten wat de vervolgstappen zijn. Deze rol past heel goed bij de intrinsieke motivatie van (jonge)zorgverleners. Want begaan zijn met het persoonlijk welzijn van mensen is voor veel zorgprofessionals de reden (geweest) om voor de zorg te kiezen. 

Daar zit hun ware passie!

Zorgverbetertrajecten

Vandaag al bezig willen zijn met de zorg bieden van morgen. Die ambitie proef ik heel erg bij de nieuwe generatie zorgverleners, de millennials, waar ik dagelijks mee mag werken. Zij hebben de passie en nieuwsgierigheid maar missen soms alleen het lef om zich met deze frisse blikken te manifesteren in een stokoude en starre cultuur. Zonde! Immers, zij zijn zorgverbeteraars die niet in vaste hokjes zijn te plaatsen, maar juist de ruimte willen voelen binnen zorgorganisaties. Zodat zij actief kunnen helpen met verbeterslagen bedenken en doorvoeren. Wij stimuleren in onze eigen organisatie daarom ook het opzetten van (persoonlijke) zorgverbetertrajecten. Projecten die het verschil maken. En dat werkt.

Extra tijd voor een goed plan

Hoe we dat doen? We geven medewerkers extra tijd (en dus geld) als ze een doordacht verbeterplan hebben voor de zorg. Denk aan het ontwikkelen van een checklist ‘wel/niet zinvolle administratie’ om onnodige regeldrift in kaart te brengen. Of heel basic: aan het verbeteren van het onboarding-traject in de organisatie. Dat is zeer kosteneffectief voor zorgorganisaties met hoge verlooppercentages en… wel zo prettig voor nieuwkomers.

Dus zorgbestuurders van Nederland: geef jullie eigen zorgverbeteraars ook meer de ruimte! Want dan bereiden we ons samen goed voor op een fundamentele transformatie. Naar een zorgsysteem waarbij de mens weer echt centraal staat. Qua zorg bieden én zorg ontvangen.

Vermijd deze 3 valkuilen als je geneeskunde studeert

Wie arts wil worden, weet dat vaak als kind al. Waar het bij beroepen als brandweerman, politieagent of ballerina vaak om een kinderdroom gaat, lijken de kinderen die arts willen worden het vaak waar te maken. Zo ook Niels Kappelhof. Als vijfjarige wist hij het al: hij zou dokter worden. Zelfs zijn specialisatie als cardioloog had hij als hartpatiënt al uitgekozen. Zijn vastberadenheid gaf hem veel zekerheid tijdens zijn studie, maar zorgde er ook voor dat hij een aantal valkuilen over het hoofd zag. In dit blog vertelt hij waar hij tegenaan liep en wat jij daarvan kunt leren.

De tunnelvisie

Hoewel ik vroeg wist dat ik later dokter wilde worden, had ik tijdens de middelbare school alsnog moeite met keuzes maken. Ik wilde alle opties openhouden, want wat als ik opeens toch geen dokter meer wilde zijn? En wie weet werd ik wel helemaal niet toegelaten bij geneeskunde? Ik koos voor het vakkenpakket Natuur en Gezondheid, met als extra vakken economie en Grieks om mijn opties voor later te vergroten.

Weten wat je wilt kan je gezichtsveld beperken

Zo breed als ik mijn pakket tijdens de middelbare school wilde houden, zo toegespitst doorliep ik de opleiding geneeskunde. Ik wist natuurlijk al wat ik wilde worden en ontwikkelde ongemerkt een tunnelvisie. En ik kan je zeggen, dat is niet de beste manier om een studie van zes jaar te doorlopen. Gebruik je studiejaren om te ontdekken wie je bent en wat je wilt. Het is goed om te weten wat je wilt, maar het kan je (gezichtsveld) ook beperken.

Hoewel ik vroeg wist dat ik later dokter wilde worden, had ik tijdens de middelbare school alsnog moeite met keuzes maken. Ik wilde alle opties openhouden, want wat als ik opeens toch geen dokter meer wilde zijn? En wie weet werd ik wel helemaal niet toegelaten bij geneeskunde? Ik koos voor het vakkenpakket Natuur en Gezondheid, met als extra vakken economie en Grieks om mijn opties voor later te vergroten.

Het cijfervirus

Tijdens mijn coschappen werd ik, zoals vrijwel elke co-assistent, besmet met het cijfervirus. Er wordt je wijsgemaakt dat je hoge cijfers moet halen om indruk te maken op artsen en professoren. Je komt terecht in een omgeving van strebers, waar het draait om presteren en de hoogste cijfers halen. En deze instelling is aanstekelijk. Maar wanneer je later gaat solliciteren zal echt niemand vragen om dat coschap-boekje.

Natuurlijk moet je wel voldoendes halen om je diploma te behalen, maar uiteindelijk zijn cijfers niet het belangrijkste. Wat is dan wel belangrijk? Dat je die coschappen gebruikt om te ontdekken welk vakgebied bij jou past. Wat interesseert en intrigeert je? Wat zijn de dagelijkse bezigheden van specialisten en zie je jezelf dat werk ook doen voor de komende 40 jaar?

Ik zat niet te wachten op iemand die mij ging vertellen wat ik moest kiezen

Het ego

Elke universiteit heeft loopbaanbegeleiders maar ik heb er nooit een bezocht. Ik zat niet te wachten op iemand die mij zou vertellen wat voor keuzes ik zou moeten maken en was ervan overtuigd dat ik mezelf toch wel beter kende. Ik realiseerde me niet dat een loopbaanbegeleider je helemaal niet gaat vertellen welke keuze je moet maken. Zo’n begeleider kan je echter wel helpen je bewustwording te vergroten en helder te maken wat jij belangrijk vindt in het leven en wat bij jou past.

Kortom, ik zeg zeker niet  dat ik ‘fouten’ heb gemaakt, maar ik ben wel enkele valkuilen ingelopen die ik had kunnen zien als ik mijn oogkleppen niet op had. Daar heb ik van geleerd en hoop ik je bij deze voor te behoeden.

Leestip

Als je moeite hebt met keuzes maken, kan het boek ‘The Ultimate Guide to Choosing a Medical Specialty’ van Brian Freeman je wellicht helpen. In dit boek zet Freeman uiteen wat elk specialisme inhoudt, wat voor type mensen er werkzaam zijn, wat hun hobby’s zijn, hoe de arts-patiënt relaties in elkaar zitten en hoe je ervoor zorgt dat je aangenomen wordt in dat specifieke vakgebied. Het boek is gebaseerd op de Amerikaanse gezondheidszorg maar ook zeker relevant voor Nederland.