23 februari 2020 | Blog | 6 minuten lezen

Mijn eerste 100 dagen als psychiatrisch verpleegkundige

Medewerkersblog van Britt Degenkamp

Werken op de kinderafdeling van een ziekenhuis? Met jongvolwassenen? Of toch in de psychiatrie? Voor verpleegkundige Britt Degenkamp (23) liggen alle opties nog open. Daarom volgt ze naast haar premaster Gezondheidswetenschappen een ontwikkelprogramma bij TalentCare. Inmiddels zitten haar eerste 100 dagen als verpleegkundige in een psychiatrisch ziekenhuis erop. Hoe heeft ze die ervaren?”

Werken als verpleegkundige op de afdeling Kind en Jeugd van een ziekenhuis: dat leek me het allerleukst. Maar toen ik klaar was met mijn hbo-opleiding verpleegkunde sloeg de twijfel toe. Was er geen ander specialisme dat ik stiekem nóg leuker vond? Psychiatrie of het werken met jongvolwassenen bijvoorbeeld? In diezelfde periode werd ik via LinkedIn door TalentCare benaderd. Daar kon ik een ontwikkelprogramma volgen en ervaring opdoen binnen specialismen die ik nog niet kende. Ook kon ik mezelf tijdens dit traject nog beter leren kennen om erachter te komen welke functie het beste bij mij past. Die persoonlijke benadering sprak me erg aan. 

Verpleegkunde: verrassend veelzijdig 

Al snel vond TalentCare een functie die paste bij mijn wens om ervaring in de psychiatrie op te doen. In december 2019 ging ik aan de slag als verpleegkundige in een psychiatrisch ziekenhuis. Hier worden mensen met psychische problemen voor een aantal maanden opgenomen. Vanaf dag één vond ik het werk leuk. Maar ik moest ook wennen: het specialisme psychiatrie was helemaal nieuw voor me. 

Ik kwam er bijvoorbeeld achter dat ik hier als verpleegkundige een andere rol heb dan in een regulier ziekenhuis. Daar sta ik vooral aan het bed en verricht ik medische handelingen. Hier heb ik een begeleidende rol en voer ik veel gesprekken met patiënten. De rol als verpleegkundige is veelzijdiger dan ik dacht.

“Patiënten willen vooral gehoord worden”

De eerste weken liep ik vooral met collega’s mee. Ik leerde patiënten en hun situaties kennen, en voerde de routinewerkzaamheden uit. Die zijn er veel in een psychiatrische setting: structuur is belangrijk voor de patiënten. Ik ondersteun patiënten bij het innemen van hun medicatie, help met dagelijkse dingen zoals boodschappen en begeleid ziekenhuisbezoeken. Ook voer ik één-op-één-gesprekken met patiënten. 

Elke patiënt wil gehoord worden, maar mensen met psychische klachten misschien nog net iets meer. Zij voelen zich vaak niet serieus genomen door de buitenwereld. Niet iedereen reageert even begripvol als iemand zegt dat hij stemmen hoort. Ik heb geleerd om op zo’n moment goed door te vragen naar wat een patiënt ervaart. De klacht altijd serieus te nemen. Dat heeft een positieve invloed op de hele behandeling. De patiënt moet zich veilig voelen om zijn verhaal te vertellen. Zo bouw je wederzijds vertrouwen op en kun je samen werken aan de behandeling.

Leerprocessen

De gesprekken hebben er ook voor gezorgd dat ik een stuk geduldiger ben geworden in mijn werk. Wat ik verder heb geleerd in deze eerste 100 dagen? Ik kan patiënten beter observeren. En die observaties beter interpreteren. Zo zie ik het sneller als iemand een slechte dag heeft. Dan kan ik de patiënt misschien helpen door samen een ommetje te maken en wat te praten. 

“Ik sta ervan versteld hoe de psyche in elkaar zit”

Ik ben ook een stuk zelfverzekerder geworden als verpleegkundige. Ik durf meer initiatief te nemen. Zo geef ik eerder aan dat ‘ik de medicatie wel even doe’. Of verbind ik een patiënt zelf en laat ik mijn collega alleen nog even controleren of het verband niet te strak zit. 

De psychiatrie is een interessante tak van sport. Ik sta ervan versteld hoe de psyche in elkaar zit. Psychoses, waanideeën, suïcidaliteit: er komen heftige ziektebeelden voorbij. Waar patiënten niet zelf voor gekozen hebben. Of ik verder wil in de psychiatrie, weet ik nog niet. Ik vind de hectiek van de vele opnames in een ziekenhuis namelijk ook heel leuk. Binnenkort ga ik weer switchen van werk. Ik ben nog in gesprek met TalentCare wat de volgende stap wordt. 

Toekomstplannen

Verder ben ik druk met mijn premaster Gezondheidswetenschappen. Uiteindelijk wil ik de 

master Zorgmanagement doen. Ja, het is best druk af en toe. Gelukkig is er Netflix om te ontspannen. En heb ik vriendinnen en een vriend om wat leuks mee te doen. Als ik iets heftigs op mijn werk heb meegemaakt, kan ik ook altijd bij mijn moeder en zus terecht. Zij werken ook in de zorg en weten wat er kan spelen op de werkvloer. 

Om me heen zie ik best veel mensen met een burn-out. Daarom kies ik er bewust voor mijn werk niet mee naar huis te nemen. Thuis ben ik bereikbaar voor spoedgevallen, maar meer ook niet. E-mails en ander werk probeer ik daar te laten. Ik heb mijn energie hard nodig om te studeren. Wat ook helpt: TalentCare is altijd betrokken bij mijn werk. De managers vragen regelmatig hoe het gaat en of het niet te veel is. 

“Het contact met patiënten: daar doe ik het voor”

Hoewel ik bewust voor verpleegkunde heb gekozen, weet ik dat ik het fysiek niet eeuwig volhoud. Ik heb snel last van mijn knie en weet hoe zwaar het kan zijn om bedlegerige mensen te tillen. Daarom hoop ik uiteindelijk een baan te vinden waarbij ik mijn werk aan het bed kan combineren met iets anders. Het verbeteren van processen als zorgmanager bijvoorbeeld. Daarover leer ik tijdens mijn master meer.

Wel wil ik voorkomen dat ik de connectie met de werkvloer kwijtraak. Ik zie genoeg managers om me heen die al jaren niet meer aan het bed staan. Dat wil ik niet. Het contact met patiënten is een belangrijke reden waarom ik voor verpleegkunde heb gekozen. Vooral het werken met kinderen vind ik geweldig. Eén van de ervaringen die indruk op me maakte: dat ik een jongen met heftige epilepsievallen even kon laten vergeten dat hij ziek is door een blokkentoren met hem te bouwen. Op zo’n moment zie ik dat ik echt verschil kan maken in de zorg.

Deze pagina delen