18 november 2019 | Verbeterinitiatieven | 5 minuten lezen

Kennis overbrengen tijdens de koffie

Het verbeterinitiatief van Josien Hazelaar

Als jong meisje vond arts Josien Hazelaar het al leuk haar klasgenootjes te helpen met moeilijke rekensommen. Tijdens haar studie geneeskunde gaf ze ook weleens les. Toen TalentCare haar om ideeën vroeg om een verbeterinitiatief, pakte ze haar hobby weer op. Haar plan: in koffiepauzes samenkomen met de verzorging voor laagdrempelig en situatiegericht onderwijs. Het resultaat: betere zorg, meer samenwerking en meer sfeer op de werkvloer. 

Sinds kort werkt Josien als basisarts in de ouderenzorg in Friesland. Ten tijden van het verbeterproject werkte ze op de afdeling geriatrische revalidatiezorg in Leeuwarden. Kwetsbare ouderen kwamen daar om te revalideren na een periode van ziekte of na een operatie. Als arts hield Josien het overzicht bij de multidisciplinaire behandeling en behandelde ze eventuele complicaties of ziektes.

Medische kennis

De jonge dokter werkte nauw samen met de verzorging, die het dichtst bij de patiënten staat. “Ik heb enorm veel respect voor hen”, vertelt ze. “Ze hebben zo veel liefde en geduld, ze nemen de tijd om mensen gerust te stellen en motiveren ze tegelijkertijd om bijvoorbeeld meer te gaan oefenen.” Wat Josien wel merkte: de medische kennis van de zorg in het verpleeghuis is minder diepgaand dan die van verpleegkundigen in het ziekenhuis. “Logisch”, vindt ze. Ze volgen een hele andere opleiding, waar de aandacht op andere punten ligt.

Zo werd Josien een keer gebeld door de verzorging, die getwijfeld had om haar hulp in te schakelen. Een van de patiënten was grauw en klam, en klaagde over maagpijn. Josien wist gelijk: dit kan een hartinfarct zijn. Daar had de zorg nog niet aan gedacht. “Soms presenteert een ziektebeeld zich niet volgens het boekje, zeker bij ouderen”, stelt Josien. “Als de verzorging had geweten dat je bij maagpijn ook aan een hartinfarct kunt denken, hadden ze eerder aan de bel getrokken.” Hoe kon ze de verzorging beter voorbereiden op mogelijke acute situaties? Juist, door zelf les te geven.

“Het moest vooral laagdrempelig blijven”

Laagdrempelig en leerzaam

De vraag was: welk moment zou daar geschikt voor zijn? “Het moest vooral laagdrempelig blijven. Ik wilde de verpleegkundigen niet vragen op hun vrije dag een trainingsdag bij te wonen. Of ’s avonds een oppas voor hun kinderen te regelen. Dat zou verplicht aanvoelen. Daarnaast werken ze al zo veel.”

De koffiepauze bleek het beste moment voor onderwijs. Een kwartiertje per keer: niet te lang, maar voldoende om vragen te beantwoorden. Bovendien was de verzorging dan toch al bij elkaar. Er werd positief op het idee gereageerd en binnen een week vond de eerste ‘mini-les’ plaats. Het thema: de glucose-dagcurve bij diabetes.

De onderwerpen werden gekozen door de zorg zelf of naar aanleiding van bijzondere casussen op de afdeling. Wat te doen als een patiënt kortademig is? Waar let je op bij een wondinfectie of als iemand pijn op de borst heeft? Wat zijn alarmsymptomen?

“Het leermoment kwam er niet iedere dag van”, zegt Josien eerlijk. “Meestal zo’n twee keer per week. Soms had de verzorging het te druk of even geen behoefte aan onderwijs. Wilden ze gewoon lekker kletsen tijdens het koffiedrinken.” Op de momenten dat de zorgverleners samenkwamen was de sfeer goed. Het kwartiertje werd al snel een half uur. Meestal waren er zo’n drie à vier actieve deelnemers, plus wat verpleegkundigen die in- en uitliepen. Het was heel vrijblijvend.

“De verpleegkundigen waardeerden en vertrouwden me meer. En andersom gold dat ook”

Betere samenwerking

De feedback vanuit de zorg was positief. Reacties die ze kreeg: “Je leert altijd weer iets nieuws, heel nuttig.” En: “Je vraagt ons zelf mee te denken, het is interactief.” De lessen waren ook een uitgelezen moment voor de verzorging om Josien te vertellen wat zij beter kon doen. “Bij sommige zaken had ik niet stilgestaan”, vertelt ze. “Bij andere dingen kon ik uitleggen waarom ik ze zo doe.”

Het resultaat: de twee partijen leerden elkaars perspectief beter kennen en zaten meer op één lijn. “De verpleegkundigen waardeerden en vertrouwden me meer. Ze konden me gemakkelijker vragen stellen. En andersom gold dat ook.” Overleggen werd heel laagdrempelig.

Bovendien kwam er op deze manier belangrijke informatie over patiënten ter sprake. Zo was er een vrouw van eind 60 die nog best jong en fit oogde. Uit haar dossier bleek echter dat ze op de intensive care had gelegen en allerlei spoedoperaties had gehad. “Ik vertelde waar ik me bij haar zorgen om maakte en bij welke specifieke symptomen de zorg aan de bel moest trekken.” Van de verbeterde samenwerking binnen het zorgteam hebben dus ook de patiënten profijt. Kortom: goede, patiëntgerichte zorg.

Boost voor eigen basiskennis

Een handige bijkomstigheid van Josiens verbeterinitiatief: haar eigen basiskennis werd ook weer opgekrikt. Soms moest ze de boeken weer in. Kende ze een ziektebeeld goed genoeg om dat in begrijpelijke taal uit te leggen in plaats van medisch jargon? “Dat was soms best een uitdaging”, bekent Josien.

In de toekomst wil de arts ook met onderwijs bezig blijven. “Ik haal er voldoening uit als ik zie dat het kwartje valt en mensen meer vertrouwen krijgen in hun eigen kennis.” Uiteindelijk is Josien nog steeds dat meisje uit groep 3 dat het niet kon laten haar klasgenootjes een helpende hand te bieden.

Deze pagina delen