30 april 2020 | Blog | 5 minuten lezen

‘Een goede zorgverlener gunt zichzelf ontwikkeling’

Medewerkersblog van Phylicia Holtz

Toen ik aan mijn co-schappen begon, wist ik het zeker: ik zou kno-arts worden. Al mijn pijlen had ik daarop gericht. Maar mijn KNO-coschap viel eigenlijk best tegen. Ik rondde mijn studie wel af en volgde een ontwikkeltraject bij TalentCare. Toen ik solliciteerde voor mijn opleiding tot psychiater, werd ik ziek. Ik moest mijn toekomstplannen bijstellen en koos een ander pad. Dat bleek een hele goede keuze.

Tijdens mijn eerste coschap binnen de kno, merkte ik al snel dat de sfeer op de werkvloer heel hiërarchisch was. Dat ik tijdens de ochtendoverdracht standaard koffie moest halen voor specialisten, voelde niet goed. Normaal gesproken ben ik niet op mijn mond gevallen, maar nu vond ik het lastig om assertief te zijn. Kritische vragen stellen of nieuwe ideeën initiëren durfde ik niet.

Buiten de kaders van het ziekenhuis denken


Ondertussen maakte ik mijn studie af. Met mijn diploma op zak, kwam ik in contact met TalentCare. Pas toen durfde ik verder te denken dan werken in een ziekenhuis. Er bleek nog zoveel meer mogelijk. Ik volgde een ontwikkeltraject om erachter te komen of een rol als huisarts voor mij was weggelegd. En ging aan de slag in de psychiatrie. Dit vakgebied intrigeerde me enorm. Vooral omdat ik mijn waarnemingen moest gebruiken om diagnoses te stellen. Uiteindelijk besloot ik te solliciteren voor de opleiding tot psychiater. 

Tijdens het sollicitatieproces werd ik ziek. Achteraf gezien had ik al veel langer klachten. De diagnose: colitis ulcerosa, een chronische ontsteking van de dikke darm. Ik moest zware medicatie slikken en een nieuwe werk-privé balans zoeken. Op een gegeven moment viel ik lichamelijk helemaal uit. Gelukkig kon ik na een tijdje aan de slag als manager artsen bij TalentCare. Nu begeleid ik artsen tijdens hun ontwikkeltraject. Hier zit ik helemaal op mijn plek.

Zelfontplooiing: een gemis op de werkvloer


Tijdens mijn gesprekken met artsen hoor ik regelmatig soortgelijke ervaringsverhalen als die van mij. In ziekenhuizen krijg een coassistent of ANIOS vaak weinig begeleiding en feedback. Tijdsdruk speelt een grote rol. Ook hebben de coassistenten weinig inbreng. Thema’s als zelfontplooiing en zelfontwikkeling zijn nog niet ingeburgerd op de werkvloer. Terwijl er een generatie artsen aankomt die dat juist belangrijk vindt.

“De coronacrisis laat zien dat het anders kan”

Daarnaast is de overgang van studie naar werk groot. Dat heb ik zelf ook gemerkt. Zat ik eerst nog op de ‘co-kruk’, moest ik het daarna ineens zelf doen. Had ik zelfs een leidinggevende rol. Hoe pak ik dat goed aan? Waar sta ik eigenlijk voor? Hoe kunnen we samen nog betere zorg verlenen? Bij dit soort vragen werd tijdens mijn studie niet stilgestaan. Daar liggen kansen voor opleidingen en het werkveld om de zorg verder te verbeteren.

De coronacrisis als kans


Het bijzondere is: tijdens de coronacrisis zie ik dat het wel degelijk anders kan. Artsen die pas een paar maanden geleden zijn gestart, zetten nu hele corona-units en cohortafdelingen op. Zij komen met de meest innovatieve ideeën. Een van de artsen zei laatst dat ze zich bijna schaamde omdat ze haar werk tijdens de coronacrisis juist zo leuk vond. Omdat ze nu wél mocht meedenken. En omdat ze de vrijheid kreeg om nieuwe initiatieven op te zetten.

Ik hoop dat we deze manier van werken straks kunnen behouden. Dat er naast de noodzaak ook de wil is om anders te werken en nieuwe dingen uit te proberen. Dat zorgverleners meer openstaan voor nieuwe, out of the box ideeën. Elkaar kritische vragen durven stellen als: waarom doen we dit? Kan het ook anders? En wat brengt dat ons op de lange termijn? Dat zou de zorg nog zoveel beter maken.

De moeilijke weg


De beste zorgverleners zijn wat mij betreft de zorgverleners die het zichzelf gunnen met hun ontwikkeling bezig te zijn. Artsen die een traject bij ons volgen, zeggen weleens: het voelt als de makkelijke weg om een ontwikkeltraject aan te gaan, ik vind dat ik het zelf moet kunnen.  Maar ontwikkeling is niet de makkelijke weg. Het is juist de moeilijke weg.

Want als je kiest voor ontwikkeling, kies je ervoor jezelf in de spiegel aan te kijken. Jezelf vragen te stellen als: wat wil ík eigenlijk? En wat heb ik nog nodig om dat te bereiken? Dat doet soms pijn. Mijn ziekte bijvoorbeeld, was een harde les voor mezelf. Als ik beter naar mezelf had geluisterd, was ik veel eerder naar een huisarts gestapt.

En als manager moest ik leren dat ik de problemen van andere zorgverleners niet hoef op te lossen. Daarmee ontneem ik ze de kans zelf iets te leren. De artsen die ik begeleid, probeer ik vooral kritische vragen te stellen. Zodat ze zelf gaan nadenken over een oplossing. Die ontwikkeling brengt je verder, als mens én als zorgverlener. Dat gun ik iedereen in de zorg. Want als je goed voor jezelf kunt zorgen, kun jij goed voor anderen zorgen.

Deze pagina delen