14 juli 2020 | Verbeterinitiatieven | 5 minuten lezen

Een goede start voor elke basisarts

Het verbeterinitiatief van Jan Pieter Baarsma

De verschillen tussen het werk van artsen in verpleeghuizen en ziekenhuizen zijn groot. Dat ontdekte Jan Pieter Baarsma (29) toen hij als basisarts in een verpleeghuis aan de slag ging. Hij ontwikkelt nu een nieuw inwerkprogramma om andere beginnende (basis)artsen in verpleeghuizen een vliegende start te geven

Jan Pieter start in november 2019 als basisarts Ouderengeneeskunde in een verpleeghuis. “Ik vond het werk meteen heel leuk. Maar ik miste een goed inwerkprogramma en structuur in mijn dag. Vooral omdat ik bijna alleen maar ervaring in een ziekenhuis had opgedaan.”

Verpleeghuis versus ziekenhuis: grote verschillen

Het verschil tussen het werk in een ziekenhuis en een verpleeghuis is groot, vindt hij. “In het ziekenhuis werkte ik in een vast team met meerdere artsen. Nu werk ik op verschillende locaties, waar ik vaak de enige arts ben. En waar ik eerder zo’n twintig patiënten behandelde, zijn dat er nu wel honderd.”

Ook krijgt de basisarts te maken met andere problematiek. “Naast ziektes behandel ik nu ook gedrag, zoals dementie. De mensen hier zitten in hun laatste levensfase. Die wil ik zo prettig mogelijk voor ze maken. Daardoor voer ik heel andere gesprekken met ze. Bijvoorbeeld over de vraag of ze wel of niet meer behandeld willen worden. Of wat kwaliteit van leven voor ze betekent.”

De kunst, bij een collega afkijken

De compleet andere werksetting vraagt volgens Jan Pieter om goede begeleiding in het begin. “De ervaren artsen kennen de verpleeghuizen op hun duimpje. Zij hebben al jaren hun eigen werkroutines. Voor mij was alles nieuw. Een standaard dagstructuur was er niet. Dat vond ik lastig.”

In de tussentijd leert hij via TalentCare een collega-basisarts kennen. “Ook zij vond de switch van het ziekenhuis naar een verpleeghuis moeilijk”, weet Jan Pieter. De twee spreken af dat Jan Pieter een ochtend met haar meeloopt om te kijken hoe zij haar werk aanpakt. Dat blijkt een schot in de roos.

“Het is fijn om te sparren met een collega die ook in de beginfase zit”

“Ik kwam thuis met allemaal praktische tips”, vertelt Jan Pieter enthousiast. “Bijvoorbeeld over hoe ik mijn dag kan indelen. Hoe ik aan informatie kom als er geen digitaal dossier is. Of hoe ik mezelf via een digitale agenda herinneringen voor afspraken stuur.”

Ook merkt Jan Pieter dat het fijn is met iemand te sparren die net als hij in de beginfase zit. “Ik bel mijn buddy regelmatig, ook met niet-medische vragen. Of gewoon om even mijn mening te ventileren.”

Nieuw inwerkprogramma met buddysysteem

Jan Pieter is benieuwd of meer artsen baat zouden hebben bij een buddy. Tijdens een ontwikkelgesprek bij TalentCare vertelt hij dat hij een goed inwerkprogramma mist. Wat blijkt? TalentCare is hier organisatiebreed mee bezig.

Zo ontstaat het idee voor Jan Pieters verbeterinitiatief: een nieuw inwerkprogramma voor startende artsen, waar een buddysysteem onderdeel van is. Het verbeterinitiatief bestaat uit drie onderdelen:

1. Handleiding voor je eerste werkweken

“In de handleiding staan allerlei tips en adviezen om je nieuwe werkplek beter te leren kennen”, vertelt Jan Pieter. “Zorg ervoor dat je een goede rondleiding krijgt door het verpleeghuis. Dat je weet welke bijzonderheden er zijn. Zoals het gebruik van bepaalde sleutels of toegangscodes.” Ook benadrukt hij dat het belangrijk is om precies te weten wie er in het verpleeghuis wonen. “Patiënten zijn niet even op bezoek, maar wonen hier permanent. Dat vraagt om een persoonlijkere benadering”, vindt Jan Pieter. “Schuif bijvoorbeeld eens aan in de huiskamer en ga met de mensen in gesprek over hun leven.”

2. Checklist om je diensten voor te bereiden

Naast de handleiding maakt Jan Pieter een checklist voor artsen om hun diensten voor te bereiden. “Er staan tips in om je dag in te delen. Maar ook een stappenplan om een ambulance te regelen als je een patiënt door moet verwijzen naar het ziekenhuis. Dat komt regelmatig voor. Toch weet lang niet iedereen hoe je dat precies doet.”

3. Een buddy bij wie je altijd terecht kunt

Tot slot is er het buddysysteem. “Elke nieuwe arts wordt gekoppeld aan een basisarts”, legt Jan Pieter uit. “Je wisselt telefoonnummers met elkaar uit en neemt samen je eerste dienst door.” Hoe je het buddysysteem verder vormgeeft, kun je als arts zelf bepalen. “Misschien wil je een dagdeel met de ander meelopen, zoals ik heb gedaan”, geeft hij als voorbeeld. “Maar je kunt ook wekelijks een contactmoment organiseren. Het belangrijkste is dat je een aanspreekpunt hebt. Iemand bij wie je ook met niet-medische vragen terecht kunt.”

“DOOR MIJN IDEEËN MET COLLEGA’S TE DELEN, WERDEN ZE ALLEEN MAAR BETER”

De eerste successen

Jan Pieter is trots dat het buddysysteem binnen een paar maanden in werking is gezet. “Binnenkort start ik als buddy van een nieuwe arts. En de komende tijd starten nog meer buddy’s. Ook artsen die niet via TalentCare werken. Zo verbeteren we de zorg echt samen.”

De handleiding en checklist liggen ter inzage bij de andere artsen en specialisten. “Hun eerste feedback is positief. Ze kwamen met goede, aanvullende ideeën. Heel fijn. Zo heeft iedereen in de organisatie iets aan de documenten, ook als je er al langer werkt.”

Samen de zorg verbeteren

Jan Pieter is dus niet bang dat zijn verbeterinitiatief ergens achterin een kast komt te liggen. “Mijn ideeën heb ik van tevoren besproken met collega’s uit het managementteam van de verpleegorganisatie”, vertelt hij. “Zij koppelden me aan de juiste mensen in het bedrijf. Een teken dat ze mijn ideeën serieus nemen.”

De belangrijkste les die Jan Pieter zelf leerde? “Verzamel de juiste mensen om je heen als je een idee hebt. Doordat ik mijn ideeën met collega’s besprak, werden ze steeds beter.” Ook zou hij zijn ervaringen in de toekomst eerder met collega’s delen. “Ik was blijkbaar niet de enige die structuur miste.” Delen is voor hem de succesfactor van zijn verbeterinitiatief. “Samen kom je op meer goede ideeën. Dan kun je pas echt grote verbeterslagen maken.”

Deze pagina delen