31 maart 2020 | Blog | 6 minuten lezen

Een glimlach op het gezicht

Medewerkersblog van HBO-V studente Jilli van Herpen

Vandaag was één van de bewoners op de afdeling waar ik werk erg verdrietig. Omdat er bij ons in het verpleeghuis een corona besmetting is geconstateerd zijn de regels aangescherpt en mag er niemand meer op bezoek komen. Deze vrouw krijgt normaal twee keer per dag bezoek en nu mocht er ineens niemand meer langs komen bij haar. Ze snapte niet waarom ze niemand mocht zien. Het was allemaal erg verdrietig en we konden haar niet getroost krijgen. We hebben toen samen gekeken wat we voor deze vrouw konden doen en kwamen toen op het idee om te video-bellen. We hebben toen haar dochter benaderd of die het goed vond om even met mevrouw te video-bellen. Daarna hebben we het de juiste app op de tablet gezet. Zo heeft ze toch nog even fijn mogen kletsen en haar dochter heeft haar uit kunnen leggen waarom ze niet langs kon komen. Daarna was deze mevrouw ook een stuk minder verdrietig. Ik ben dan heel blij dat ik haar weer een beetje heb kunnen opvrolijken.

Uitgeloot, wat nu?

Van jongs af aan wist ik al dat ik in de zorg wilde gaan werken. Ik zat aan de buis gekluisterd als er weer een ziekenhuisprogramma op de buis kwam. Verpleegster wilde ik worden. Toen ik wat ouder werd ben ik me wat meer gaan oriënteren op wat er nog meer mogelijk is in de medische wereld. Ik heb een tijdje gedacht aan specialist erfelijke ziekten maar ik wil eigenlijk niet alleen maar achter de computer zitten. Voor mij draait de zorg echt om één-op-één contact. Na wat zoeken ben ik uiteindelijk uitgekomen bij chirurgie. Dat lijkt me heel uitdagend, met veel verantwoordelijkheden en ik heb daar een heel goed gevoel bij. Ik realiseer me wel dat ik open moet staan voor andere dingen want misschien kom ik wel heel ergens anders uit. 

Toen ik uitgeloot werd voor geneeskunde stond ik voor de keuze, wat nu? Farmacie en biomedische wetenschappen waren geen opties voor me, die richtingen trekken me allebei niet: ik wil arts worden. Een jaar werken? Goed voor mijn ervaring maar hoe lastig is het dan om weer te wennen aan het studieleven? Ik werk al sinds mijn 16de in de zorg als zorghulp in de huiskamer van een dementie afdeling. Dat is werk dat ik heel leuk vind. De voldoening die je krijgt als je een glimlach op het gezicht van iemand kunt toveren. Daar geniet ik van. Zoals bij die mevrouw waar ik eerder over vertelde. Dus toen bedacht ik: als ik dat dan zo leuk vind, waarom ga ik dan niet gewoon verpleegkunde doen? HBO-verpleegkunde heeft ook diepgang en verantwoordelijkheden. Allemaal dingen die ik zoek in mijn werk. 

Betere zorg omdat je mensen kent

Ik werk nu al een tijdje bij StudentCare. Wat zij bieden spreekt mij wel aan. Het is een groot team en naast de sociale activiteiten die ze organiseren bieden ze veel groeimogelijkheden. Ze ondersteunen je via scholing en trainingen. In je eerste jaar van de opleiding verpleegkunde mag je eigenlijk nog niets. Normaal ben je pas na je eerste jaar helpende plus. Via StudentCare heb ik dat al na het eerste half jaar bereikt en mag ik dus ook echt aan de slag. Ik word op verschillende afdeling geplaatst waardoor ik veel verschillende dingen tegenkom en veel leer. Er is veel afwisseling: elke dienst leer ik weer wat nieuws, zie ik nieuwe dingen en word ik zelfverzekerder. Ook vind ik het fijn dat ze me voor langere tijd op een afdeling plaatsen. Zo leer ik de mensen beter kennen en kan ik dus betere kwaliteit van zorg bieden.

Zorg verbeteren

Ik zie dat in de zorg veel invalkrachten ingezet moeten worden. Dat is niet altijd even fijn. Er zijn bijvoorbeeld zzp’ers die een dag eerder op een afdeling heeft gestaan met een (corona) besmetting en dan bij ons op de afdeling komen. En bewoners klagen ook wel eens over de kwaliteit van zorg die sommige invalkrachten leveren. Dan zou het fijner zijn om een eigen pool van flex-werkers te hebben die er voor langere tijd staan die je goed kent en die de afdeling en de mensen op die afdeling ook kennen. Dan kun je toch betere zorg leveren, denk ik. Verder zie ik dat de zorgverleners erg gericht zijn op hun zorgtaken. Ze leveren de zorg die nodig is en dat doen ze heel goed. Maar ik denk ook dat ze een stukje aandacht voor het welzijn van de patiënt laten liggen.

Balans

Ik werk nu op de PG (psychogeriatrische afdeling) maar uiteindelijk wil ik wel graag in een ziekenhuis werken. Ik besef wel dat de beroepen die ik in het ziekenhuis leuk vind misschien lastig met een gezinsleven te combineren zijn. Zolang mijn werk belangrijk genoeg is lijkt me dat geen probleem. Mocht die balans veranderen dan lijkt me het specialisme ouderengeneeskunde in een verzorgingstehuis ook heel leuk. Je hebt daar meer tijd voor de bewoners en je kunt echt een band met ze opbouwen. Dan kun je toch betere zorg bieden. Dat heb je in een ziekenhuis natuurlijk wel minder. 

Mocht het nou helemaal niet lukken om geneeskunde te gaan doen dan maak ik mijn HBO-verpleegkunde af en wil ik een opleiding tot verpleegkundig specialist gaan doen. Ik wil graag aan het bed staan van de patiënt, voor mij is één-op- één contact heel belangrijk in de zorg. Maar dat werk vind ik wel zwaar en ga ik denk ik fysiek niet volhouden. Als verpleegkundig specialist heb ik mooi de afwisseling van een eigen spreekuur en heb ik ook een stukje van de wat lichtere kant van de zorg.

Hart voor de zorg

Werken in de zorg is bij tijd en wijle zwaar, zowel fysiek als emotioneel en op feestdagen moeten werken is niet leuk. Het is ook vaak een ondergewaardeerd beroep. Maar als ik zie hoe blij ik de mensen kan maken: als ik iemand naar bed heb gebracht die dan zegt: “Dankjewel, wat lief dat je dit zo voor ons wilt doen”, dan is het dat toch allemaal waard. Die dankbaarheid maakt dat het zo’n mooi beroep is. Ik zou ook echt niets anders meer willen dan in de zorg werken.

Deze pagina delen