Aanmelding Wintersport 2020

powered by Typeform

Vermijd deze 3 valkuilen als je geneeskunde studeert

Wie arts wil worden, weet dat vaak als kind al. Waar het bij beroepen als brandweerman, politieagent of ballerina vaak om een kinderdroom gaat, lijken de kinderen die arts willen worden het vaak waar te maken. Zo ook Niels Kappelhof. Als vijfjarige wist hij het al: hij zou dokter worden. Zelfs zijn specialisatie als cardioloog had hij als hartpatiënt al uitgekozen. Zijn vastberadenheid gaf hem veel zekerheid tijdens zijn studie, maar zorgde er ook voor dat hij een aantal valkuilen over het hoofd zag. In dit blog vertelt hij waar hij tegenaan liep en wat jij daarvan kunt leren.

De tunnelvisie

Hoewel ik vroeg wist dat ik later dokter wilde worden, had ik tijdens de middelbare school alsnog moeite met keuzes maken. Ik wilde alle opties openhouden, want wat als ik opeens toch geen dokter meer wilde zijn? En wie weet werd ik wel helemaal niet toegelaten bij geneeskunde? Ik koos voor het vakkenpakket Natuur en Gezondheid, met als extra vakken economie en Grieks om mijn opties voor later te vergroten.

Weten wat je wilt kan je gezichtsveld beperken

Zo breed als ik mijn pakket tijdens de middelbare school wilde houden, zo toegespitst doorliep ik de opleiding geneeskunde. Ik wist natuurlijk al wat ik wilde worden en ontwikkelde ongemerkt een tunnelvisie. En ik kan je zeggen, dat is niet de beste manier om een studie van zes jaar te doorlopen. Gebruik je studiejaren om te ontdekken wie je bent en wat je wilt. Het is goed om te weten wat je wilt, maar het kan je (gezichtsveld) ook beperken.

Hoewel ik vroeg wist dat ik later dokter wilde worden, had ik tijdens de middelbare school alsnog moeite met keuzes maken. Ik wilde alle opties openhouden, want wat als ik opeens toch geen dokter meer wilde zijn? En wie weet werd ik wel helemaal niet toegelaten bij geneeskunde? Ik koos voor het vakkenpakket Natuur en Gezondheid, met als extra vakken economie en Grieks om mijn opties voor later te vergroten.

Het cijfervirus

Tijdens mijn coschappen werd ik, zoals vrijwel elke co-assistent, besmet met het cijfervirus. Er wordt je wijsgemaakt dat je hoge cijfers moet halen om indruk te maken op artsen en professoren. Je komt terecht in een omgeving van strebers, waar het draait om presteren en de hoogste cijfers halen. En deze instelling is aanstekelijk. Maar wanneer je later gaat solliciteren zal echt niemand vragen om dat coschap-boekje.

Natuurlijk moet je wel voldoendes halen om je diploma te behalen, maar uiteindelijk zijn cijfers niet het belangrijkste. Wat is dan wel belangrijk? Dat je die coschappen gebruikt om te ontdekken welk vakgebied bij jou past. Wat interesseert en intrigeert je? Wat zijn de dagelijkse bezigheden van specialisten en zie je jezelf dat werk ook doen voor de komende 40 jaar?

Ik zat niet te wachten op iemand die mij ging vertellen wat ik moest kiezen

Het ego

Elke universiteit heeft loopbaanbegeleiders maar ik heb er nooit een bezocht. Ik zat niet te wachten op iemand die mij zou vertellen wat voor keuzes ik zou moeten maken en was ervan overtuigd dat ik mezelf toch wel beter kende. Ik realiseerde me niet dat een loopbaanbegeleider je helemaal niet gaat vertellen welke keuze je moet maken. Zo’n begeleider kan je echter wel helpen je bewustwording te vergroten en helder te maken wat jij belangrijk vindt in het leven en wat bij jou past.

Kortom, ik zeg zeker niet  dat ik ‘fouten’ heb gemaakt, maar ik ben wel enkele valkuilen ingelopen die ik had kunnen zien als ik mijn oogkleppen niet op had. Daar heb ik van geleerd en hoop ik je bij deze voor te behoeden.

Leestip

Als je moeite hebt met keuzes maken, kan het boek ‘The Ultimate Guide to Choosing a Medical Specialty’ van Brian Freeman je wellicht helpen. In dit boek zet Freeman uiteen wat elk specialisme inhoudt, wat voor type mensen er werkzaam zijn, wat hun hobby’s zijn, hoe de arts-patiënt relaties in elkaar zitten en hoe je ervoor zorgt dat je aangenomen wordt in dat specifieke vakgebied. Het boek is gebaseerd op de Amerikaanse gezondheidszorg maar ook zeker relevant voor Nederland.

Een goede arts hoeft echt niet te promoveren

De druk op jonge artsen om eerst nog een proefschrift te schrijven is groot. Dat is verspilling van zorgkracht, vindt arts Arno Bisschop, oprichter en medisch eindverantwoordelijke bij Talent&Care.

Dit opiniestuk werd op 9 april 2019 gepubliceerd in dagblad Trouw

We willen meer handen aan het bed, toch laten we jonge dokters vaak eerst jarenlang onderzoek doen. Een goede arts hoeft niet te promoveren. Omdat promoveren voor velen een ‘moetje’ is om in aanmerking te komen voor een opleidingsplek. Dat is verspilling van zorgkracht in tijden van personeelstekorten. 

Een landelijk tekort aan huisartsen dreigt, meldde de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) onlangs. En voor andere specialisten zoals kinderartsen of psychiaters geldt dat die erg schaars zijn in randprovincies. Hoe dit komt? Onder andere doordat we onszelf met basisaannames of ingesleten cultuurpatronen vastzetten. Zo luidt in zorgorganisaties vaak nog het credo: een ‘goede dokter’ is gepromoveerd. Maar is promoveren echt wel nodig?

Nee, je bent als psychiater of cardioloog heus niet meer bekwaam als je een doctorstitel op zak hebt. Uitzonderingen daargelaten, maar onderzoek doen is niet hetgeen wat ooit bij tieners de doorslag gaf om geneeskunde te studeren. Zorgverleners willen patiënten genezen of het leven van hen dragelijker maken. Dát is de drijfveer, niet het doen van onderzoek. Dan is het verwonderlijk dat juist medische faculteiten de kroon spannen wat betreft het aantal promovendi. Zo werd in 2017 bijna de helft van de promotieonderzoeken van de Universiteit van Amsterdam (UvA) gedaan bij de geneeskundefaculteit, aldus het Rathenau Instituut.

Promotievirus

Promoveren is voor de meeste jonge dokters echter vooral een kwestie van profileren, van CV-building. “Zo’n opleidingsplek krijg ik alleen als ik promoveer. Want ik heb toch echt een uitmuntend CV nodig, of niet?” Dit soort zinnen hoor ik bijna wekelijks in gesprekken met de nieuwe generatie zorgverleners. Zelfs mensen van begin twintig zijn dus al volledig besmet met het virus dat je als ambitieuze jonge dokter ‘verplicht’ moet promoveren.

En dat lukt dan vaak ook nog niet. Wereldwijd haakt 30 tot 50% vroegtijdig af bij een promotieonderzoek, becijferde het Vlaamse onderzoeksbureau ECOOM. Ik denk dat de belangrijkste verklaring voor deze uitval zit in het niet intrinsiek gemotiveerd zijn om onderzoek te doen. De jonge artsen staan niet in hun kracht, omdat ze tijdens zo’n promotie niet doen wat ze het liefst doen: zorg verlenen. Je kunt je dus afvragen of die promotie-gekte niet wat minder kan. Maar zolang opleiders bij maatschappen en zorgorganisaties belang blijven hechten aan ‘gepromoveerd zijn’, blijft die promotiedruk bestaan. Dat moeten we niet willen.

Artsen eerder aan het bed

Promotieonderzoek kost de maatschappij veel geld. Mijn eigen promotieonderzoek, dat nu ligt te verstoffen in een bureaulade, kostte ruim 200.000 euro. Ook ik deed het omdat het goed was voor mijn CV en mijn kansen om in opleiding te komen. Als we hier nu eens mee stoppen, staan jonge artsen voortaan veel eerder aan het bed van een patiënt. Ook in de provincie. En het onderzoeksgeld kan dan naar de wel echt gemotiveerde onderzoekers.

De zorg in Nederland kunnen we alleen verbeteren als we aannames zoals ‘Promoveren maakt een betere dokter’ vaker ter discussie stellen. Er worden nu ook gewoon andere competenties gevraagd van zorgprofessionals dan vroeger. Zorgverleners gaan in de (nabije) toekomst vooral het verschil maken op menselijk vlak. Authentiek menselijk contact tussen zorgverlener en patiënt; dat is waar het straks vooral om draait. We hebben geen promovendi nodig, maar (jonge) artsen die invoelend vermogen hebben én passie voor zorgverlening. Dat moeten de belangrijkste criteria worden voor het krijgen van opleidingsplekken. Wie doet er met me mee om dit meer concreet te maken?

Dr. Arno Bisschop is arts, oprichter en medisch eindverantwoordelijke bij Talent&Care.

Vermijd deze 3 valkuilen als je geneeskunde studeert

Wie arts wil worden, weet dat vaak als kind al. Waar het bij beroepen als brandweerman, politieagent of ballerina vaak om een kinderdroom gaat, lijken de kinderen die arts willen worden het vaak waar te maken. Zo ook Niels Kappelhof. Als vijfjarige wist hij het al: hij zou dokter worden. Zelfs zijn specialisatie als cardioloog had hij als hartpatiënt al uitgekozen. Zijn vastberadenheid gaf hem veel zekerheid tijdens zijn studie, maar zorgde er ook voor dat hij een aantal valkuilen over het hoofd zag. In dit blog vertelt hij waar hij tegenaan liep en wat jij daarvan kunt leren.

De tunnelvisie

Hoewel ik vroeg wist dat ik later dokter wilde worden, had ik tijdens de middelbare school alsnog moeite met keuzes maken. Ik wilde alle opties openhouden, want wat als ik opeens toch geen dokter meer wilde zijn? En wie weet werd ik wel helemaal niet toegelaten bij geneeskunde? Ik koos voor het vakkenpakket Natuur en Gezondheid, met als extra vakken economie en Grieks om mijn opties voor later te vergroten.

Weten wat je wilt kan je gezichtsveld beperken

Zo breed als ik mijn pakket tijdens de middelbare school wilde houden, zo toegespitst doorliep ik de opleiding geneeskunde. Ik wist natuurlijk al wat ik wilde worden en ontwikkelde ongemerkt een tunnelvisie. En ik kan je zeggen, dat is niet de beste manier om een studie van zes jaar te doorlopen. Gebruik je studiejaren om te ontdekken wie je bent en wat je wilt. Het is goed om te weten wat je wilt, maar het kan je (gezichtsveld) ook beperken.

Hoewel ik vroeg wist dat ik later dokter wilde worden, had ik tijdens de middelbare school alsnog moeite met keuzes maken. Ik wilde alle opties openhouden, want wat als ik opeens toch geen dokter meer wilde zijn? En wie weet werd ik wel helemaal niet toegelaten bij geneeskunde? Ik koos voor het vakkenpakket Natuur en Gezondheid, met als extra vakken economie en Grieks om mijn opties voor later te vergroten.

Het cijfervirus

Tijdens mijn coschappen werd ik, zoals vrijwel elke co-assistent, besmet met het cijfervirus. Er wordt je wijsgemaakt dat je hoge cijfers moet halen om indruk te maken op artsen en professoren. Je komt terecht in een omgeving van strebers, waar het draait om presteren en de hoogste cijfers halen. En deze instelling is aanstekelijk. Maar wanneer je later gaat solliciteren zal echt niemand vragen om dat coschap-boekje.

Natuurlijk moet je wel voldoendes halen om je diploma te behalen, maar uiteindelijk zijn cijfers niet het belangrijkste. Wat is dan wel belangrijk? Dat je die coschappen gebruikt om te ontdekken welk vakgebied bij jou past. Wat interesseert en intrigeert je? Wat zijn de dagelijkse bezigheden van specialisten en zie je jezelf dat werk ook doen voor de komende 40 jaar?

Ik zat niet te wachten op iemand die mij ging vertellen wat ik moest kiezen

Het ego

Elke universiteit heeft loopbaanbegeleiders maar ik heb er nooit een bezocht. Ik zat niet te wachten op iemand die mij zou vertellen wat voor keuzes ik zou moeten maken en was ervan overtuigd dat ik mezelf toch wel beter kende. Ik realiseerde me niet dat een loopbaanbegeleider je helemaal niet gaat vertellen welke keuze je moet maken. Zo’n begeleider kan je echter wel helpen je bewustwording te vergroten en helder te maken wat jij belangrijk vindt in het leven en wat bij jou past.

Kortom, ik zeg zeker niet  dat ik ‘fouten’ heb gemaakt, maar ik ben wel enkele valkuilen ingelopen die ik had kunnen zien als ik mijn oogkleppen niet op had. Daar heb ik van geleerd en hoop ik je bij deze voor te behoeden.

Leestip

Als je moeite hebt met keuzes maken, kan het boek ‘The Ultimate Guide to Choosing a Medical Specialty’ van Brian Freeman je wellicht helpen. In dit boek zet Freeman uiteen wat elk specialisme inhoudt, wat voor type mensen er werkzaam zijn, wat hun hobby’s zijn, hoe de arts-patiënt relaties in elkaar zitten en hoe je ervoor zorgt dat je aangenomen wordt in dat specifieke vakgebied. Het boek is gebaseerd op de Amerikaanse gezondheidszorg maar ook zeker relevant voor Nederland.